Olly Alexander vertelt aan het Britse muziekblad NME dat hij termen voor gays die zijn gerelateerd aan seksuele posities of een bepaald lichaamstype niet meer van deze tijd vindt. “Ze reduceren je tot een label. Een label dat is gebaseerd op veronderstellingen. Labels die achterhaalde ideeën laten zien over mannelijkheid en vrouwelijkheid.”

The age of the twink
Hij komt op dit onderwerp omdat er eerder dit jaar een controversieel artikel was verschenen in de New York Times met de titel ‘The age of the twink’. Dit ging over jonge, pas doorgebroken artiesten die gay zijn, zoals Troye Sivan en Call Me By Your Name-acteur Timothée Chalamet. Ook Olly Alexander werd genoemd in dit stuk, terwijl hij zelf juist ver weg wil blijven van dergeljke terminologieën.

Bottom-shaming
“Ik heb me altijd geschaamd voor mijn lichaam en ik haatte het dat ik zo dun was”, vertelt Alexander. “Ik heb lange tijd last gehad van een eetstoornis.” Hij legt uit: “Twink voelt voor mij als een gemakkelijke manier om iemand weg te zetten als dom. Als een bottom die alleen maar geneukt wil worden.” Volgens de zanger komt ‘bottom-shaming’ heel veel voor in de LHBTQ-gemeenschap. Op Twitter bijvoorbeeld. Mensen zijn geobsedeerd door het feit of iemand top of bottom is.”

Hij vindt het belachelijk dat mensen zich hiermee bezighouden, temeer ook omdat een top vaak als mannelijk wordt gezien en iemand die liever ontvangt als vrouwelijk. “Zeg onder je vrienden wat je wilt, maar deze veronderstelling is vreselijk achterhaald.”

Suf
Toen Alexander het twink-artikel las, vroeg hij zich af: “Moeten we blij zijn met het feit dat dit ‘de tijd is van de twink’? Is het iets goeds dat we moeten aanmoedigen omdat er aandacht voor is? Of is het iets slechts waar we vanaf moeten? Zelf vind ik het gewoon niet nodig om naar mezelf of iemand anders te verwijzen met het woord ‘twink’. Ik vind het gewoon suf.”