Interview

Kevin Jennings ontvangt Bob Angelo Penning

“Het hebben van een GSA is tegenwoordig een pijler dat een school goed bezig is”

Leestijd: 6 minuten - door Martijn Tulp op 28 januari 2019

Op zondagavond werd in een uitverkocht Paradiso door COC Nederland de Bob Angelo Penning uitgereikt. Eén van de winnaars was Kevin Jennings, die in 1988 verantwoordelijk was voor het oprichten van de eerste Gay/Straight-Alliance. We spraken hem in de week voor de uitreiking.

Wat betekent het voor u om de Bob Angelo Penning uitgereikt te krijgen?
“Ik vind het een enorme eer. De gigantische moed die mensen als Niek Engelschman [de echte naam van Bob Angelo - red.] hadden om in 1946 de Shakespeareclub [dat later het COC zou worden - red.] op te richten, kan ik me bijna niet voorstellen. Die generatie is op de barricade geklommen in een tijd waarin dat veel moeilijker was dan nu. Van hun inspanningen plukken wij nu de vruchten. Ik kan me geen grotere eer voorstellen, dan om een bekroning te krijgen uit naam van een pionier van onze beweging.”

U bent überhaupt geïnteresseerd in Nederlandse verzetsstrijders, hebben we vernomen?
“Klopt, bij mijn computer thuis hangt een poster van Willem Arondeus. Hij nam in 1943 deel aan de aanslag op het Amsterdams bevolkingsregister en toen hij door de nazi’s ter dood veroordeeld werd, zij hij ‘Zeg de mensen dat homoseksuelen niet per definitie zwakkelingen zijn.’ Ik kijk daar elke dag even naar wanneer ik aan het werk ga. De moed van mensen als Willem en Niek vind ik heel inspirerend.”

U bent in 1988 de eerste Gay/Straight-Alliance gestart. Wat ging daaraan vooraf?
“Ik werkte als docent in Concord, Massachusetts, een voorstadje van Boston. Op een dag kwam een leerling bij me die vertelde dat hij overwoog om zelfmoord te plegen, omdat hij homo is. Ik zal een jaar of 25 geweest zijn, niet veel ouder dan die leerling dus. Ik drong er op aan dat hij met een therapeut zou gaan praten, waarop hij antwoordde: ‘Maar waarom zou ik geen zelfmoord plegen? Mijn leven is het niet waard om gered te worden.’ Ik had op jongere leeftijd zelf ook al een zelfmoordpoging gedaan vanwege mijn seksualiteit, en bij m’n eerste baan als docent ben ik ontslagen vanwege mijn homoseksualiteit. Ik wilde ervoor zorgen dat jongeren niet hetzelfde door zouden hoeven maken als ik, en ik had het idee dat zolang ik zelf niet ‘out’ was op school, ik bijdroeg aan de boodschap dat homoseksualiteit iets is om je voor te schamen. Dus besloot ik om tijdens een bijeenkomst op mijn school uit de kast te komen.”

“Er zijn GSA’s op meer dan de helft van de middelbare scholen in Amerika”

Hoe ging dat?
“De schoolleiding was ertegen, ze waren totaal niet blij met mijn idee. Het was een andere tijd, er was geen wet die me zou beschermen om niet wéér ontslagen te kunnen worden vanwege mijn homoseksualiteit. Maar ik deed het toch. Gelukkig werd er door de leerlingen erg positief gereageerd. Een paar dagen later kwam er een meisje van 14 of 15 naar me toe, en zei dat ze een club wilde oprichten die homofobie op onze school tegen zou gaan. Dat verbaasde me, want ik wist dat ze een vriendje had, waar ik haar constant mee zag zoenen. Ik nam dus aan dat ze zelf niet lesbisch was, en vroeg waarom ze dit een belangrijk onderwerp vond. ‘Omdat mijn moeder lesbisch is, en ik ben er klaar mee dat er op school nare dingen homo’s en lesbiennes worden geroepen.’ Zo had ik het nog niet eerder bekeken. Dus richtten we de eerste Gay/Straight-Alliance op.”

Sloeg het meteen aan?
“Ja, en niet alleen op onze eigen school. Ik weet niet goed hoe het nieuws zich verspreidde, er was immers nog geen internet, maar andere scholen in en rondom Boston kwamen erachter dat we dit hadden opgericht, en wilden informatie en hulp om iets soortgelijks te doen. In 1990 richtten we de Gay, Lesbian and Straight Education Network op, zodat we alle scholen rondom Boston konden verbinden. Drie jaar later werd in de staat Massachusetts een wet aangenomen die scholieren beschermt tegen discriminatie op basis van hun seksuele voorkeur. Toen besloten andere staten in het land zich óók bij de organisatie aan te sluiten, en werd GLSEN een nationale organisatie. Ik besloot te stoppen met lesgeven om de organisatie full-time te kunnen leiden. Inmiddels zijn er GSA’s in meer dan de helft van de middelbare scholen in Amerika. We zijn enorm blij met het resultaat.”

Kevin Jennings op True Colors
Kevin Jennings op True Colors

En daarna?
“In 2008 werkte ik mee aan de campagne van Barack Obama, en toen hij verkozen werd bood hij me een baan in Washington aan, waar ik aan de slag ging als assistent Minister van Onderwijs. Ik werkte daar specifiek aan programma’s rondom LHBTQ’s en programma’s die pesten tegengaan. Dus inmiddels ben ik al zo’n 20 jaar met dit onderwerp bezig.”

Amerika is conservatiever geworden sinds de tijd dat u voor Obama werkte. Tijdens research voor dit interview stuitten we op de website van Christelijke organisatie Mission America, die in een artikel opsommen wat voor ‘verschrikkelijke’ dingen u allemaal heeft gedaan met betrekking tot ‘homopropaganda’. Het leest eigenlijk juist als een goede staat van dienst. Hoe denkt u over de conservatieve, en vaak ook religieuze beweging in Amerika?
“Mijn vader was dominee, dus ik ken de Bijbel extreem goed. Er is een beroemde bijbeltekst van Judas die luidt: ‘alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broers of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan’. Vrij vertaald: hoe gaan we om met kwetsbare groepen in onze wereld? En dan heb ik het niet alleen over de LHBTQ-gemeenschap, maar ook over armen, vluchtelingen, mensen met een lichamelijke beperking, noem maar op. In die context denk ik dat veel mensen die zichzelf Christelijk noemen, eigenlijk niet zo goed scoren op dat vlak. Ik durf over mezelf te zeggen dat het werk dat ik in het verleden heb gedaan, én waar ik me op dit moment mee bezighoud –de rechten van vluchtelingen– véél hoger zou ‘scoren’ op die ‘Christelijke norm’.”

Hoe heeft u de strijd voor gelijke rechten voor de LHBTQ-gemeenschap zich zien ontwikkelen door de jaren heen?
“In de Verenigde Staten zijn LHBTQ-rechten een mainstream onderwerp geworden. In het begin vochten alleen een paar extreem linkse politici voor onze rechten. Tegenwoordig zijn er geen grote spelers in de democratische partij meer, die zich niet voor ons inzetten. Dat is een enorme verbetering. Vorig jaar was er een verschrikkelijke schietpartij op een middelbare school in Parkland, waar veel media over schreven. De New York Times schreef dat het zo’n goede middelbare school was, waarbij ze opsomden wat maakte dat het zo’n goede school was. ‘Ze hebben zelfs een GSA’, stond in het artikel. Met andere woorden: het hebben van een GSA is tegenwoordig een pijler dat een school goed bezig is. Toen we in 1988 begonnen met het uitrollen van GSA’s, was het hebben van een GSA juist een pijler dat een school ‘raar’ is. Dat is dus enorme voortgang. Toch is er nog genoeg te doen: bij LHBTQ-jongeren is het vier keer zo waarschijnlijk dat ze een poging tot zelfmoord doen.”

Hans Verhoeven Astrid Oosenbrug en Kevin Jennings op True Colors
Mede-winnaar Hans Verhoeven, COC-voozitter Astrid Oosenbrug en Kevin Jennings op True Colors

Het wordt keer op keer duidelijk dat de rechten en gelijkheid waarvoor is gestreden, niet vanzelfsprekend is, en dat we die steeds opnieuw moeten blijven verdedigen. Hoe denkt u dat we jongeren daar het beste in kunnen betrekken?
“Het is belangrijk dat jongeren de geschiedenis kennen. Dat ze begrijpen hoe we aan onze verworven rechten komen, en dat het belangrijk is om altijd waakzaam te blijven. Soms wordt er vanuit gegaan dat de rechten die we inmiddels hebben, onvermijdelijk waren. Dat is écht niet zo. Er is keihard voor geknokt. En als je niet oppast worden onze rechten weer weggenomen. We leven in beangstigende tijden. Kijk maar om je heen: in Amerika hebben we Trump, in Brazilië is Bolsonaro net verkozen, Erdogan zwaait de scepter in Turkije, en zo kunnen we nog wel even doorgaan. In Zweden, Duitsland, Italië maar ook in Nederland is de rechtse politieke beweging steeds meer op komst. En ik denk dat het ook belangrijk is dat wij, in landen waar LHBTQ-rechten al vrij goed geregeld zijn, ook kijken wat we kunnen doen voor mensen die leven in landen waar ze nog níet zo ver zijn. Kijk naar Saoudi-Arabië, Tsjetsjenië, Oeganda, waar mensen nog steeds worden geëxecuteerd vanwege hun homoseksualiteit. Voor die mensen moeten we óók vechten.”

COC Nederland over Kevin Jennings
De Amerikaanse Kevin Jennings krijgt de Bob Angelo Penning voor zijn geweldige bijdrage aan de verbetering van de positie van LHBTI-jongeren op scholen wereldwijd. In 1988 richtte Jennings ’s werelds eerste Gender & Sexuality Alliance (GSA) op. GSA’s zijn clubjes van LHBTI’s en bondgenoten die samen werken aan acceptatie op school.
Mede dankzij het door Jennings opgerichte Gay and Lesbian School Teachers Network (GLSTN), kwamen er GSA’s op duizenden scholen over de hele wereld. In Nederland zijn er GSA’s op zo’n tachtig procent van de middelbare scholen. GSA’s hebben een aantoonbaar positief effect op de positie van LHBTI-scholieren.
Ook als onderdeel van de regering van president Obama zette Jennings zich in voor acceptatie op school. Verder was hij tot 2017 directeur van de Arcus Foundation, een van de grootste Amerikaanse fondsen voor LHBTI-doelen.  

Foto's: Geert van Tol voor COC Nederland

Volg je ons al op Instagram?

Advertentie
Advertentie
Delen op

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine 94

Deze keer: Rob Jetten en de winnaars van de Winq Diversity Awards

Neem een abonnement

Geef cadeau