Essay

Waarom zou ik in Nederland blijven wonen?

"Het leven is te kort om niet te leven, maar toch blijf ik hier"

Leestijd: 5 minuten - door Maarten Dallinga op 30 maart 2019

Werk, vrienden en de liefde: je kiest wat bij je past. Maar het land waar je woont, ligt voor de meesten vast, schrijft Maarten Dallinga. Hij vraagt zich af waarom we niet vaker zouden emigreren.

De glimlach in de ruit deed me lachen. Dit moet geluk zijn, dacht ik. Ik bleef een tijdje naar mezelf kijken, en realiseerde me dat ik zo’n gevoel lang niet meer had gehad.

Ik dwaalde verder door de nauwe straatjes van Madrid, een duidelijke bestemming had ik niet. Een pleintje waar kinderen voetballen, terrassen in de zon. Een bakje chips bij de wijn, olijven. Een man naast me leest een boek. Even later en ik ben de tijd vergeten.

De herinnering is vers, het was een paar weken geleden; het gevoel terughalen wordt met de dag moeilijker. En die glimlach – díe glimlach – is weg.

Als Nederland mijn studie was geweest en ik kennis had gemaakt met Spanje als alternatief, dan was ik misschien wel overgestapt. Was Utrecht mijn partner en was ik Madrid tegen het lijf gelopen, dan was ik stapel geweest – en misschien wel vreemdgegaan. Maar nu zit ik gewoon weer aan mijn eigen bureau, terwijl regendruppels als tranen van de ruit dwarrelen.

Ik vóél me in zekere zin ook Nederlander. Ik ben trots als ik zie hoe goed onze Songfestival-inzending het doet bij de bookmakers en mis de V&D nog steeds.

“Ik wil verhuizen naar Madrid”, zei ik tegen mijn vriend toen ik hem vanaf mijn vakantieadres belde – het was mijn tweede keer in de Spaanse hoofdstad. Hij moest heel hard lachen. Maar ik méénde het, ik was op dat moment bloedserieus – het kwam evenwel niet aan. Op zich ook wel begrijpelijk, want bijna niemand emigreert, al neemt het aantal emigranten wel toe: van ongeveer 80.000 Nederlanders in 2000 tot ruim 150.000 in 2017, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Daarbij zitten een heleboel deelnemers aan tv-hit Ik Vertrek, het programma dat vermoedelijk meer mensen doet afschrikken dan enthousiasmeert om te gaan. Want zie die mensen vanaf je comfortabele Scandinavische designbank ploeteren in hun bouwval in Zuid-Frankrijk in de snikhete zon, en met handen en voeten overleggen met een lokale loodgieter wiens taal ze onmachtig zijn. Sjonge, wat hebben wij het dan héérlijk in Nederland! Nog een koekje?

In het verkneukelen om andermans naïeve avonturen en pech schuilt voor een groot deel het succes van de serie. Tegelijkertijd benijden velen Dirk, Feikje, Esther, Alexander en al die anderen. Zij doen wél gewoon waar sommigen van ons ten diepste net zo naar verlangen: weggaan uit Nederland. Zij hebben het lef om het maatschappelijk adagium ‘volg je gevoel’ óók te laten gelden voor de keus in welk land je woont.

Toeval

Er is veel wat mij hier houdt. Ik ben niet het type boze, witte, oude man dat he-le-maal klaar is met Nederland. Ja, ik erger me aan getoeter voor verkeerslichten (in vier dagen Madrid slechts één keer gehoord!), aan zwerfafval op straat en de navelstaarderij, maar heb niet de illusie dat alles in het buitenland beter is. Wanneer ik terugkom van een vakantie is het ineens weer even bijzonder hoe vlak onze wegen zijn, dat de treinen bijna altijd op tijd rijden en hoe logisch en compleet onze steden en dorpen eigenlijk zijn ingericht. We hebben geweldige voorzieningen en als het even tegenzit is er – meestal – een vangnet.

Ik vóél me in zekere zin ook Nederlander. Ik ben trots als ik zie hoe goed onze Songfestival-inzending het doet bij de bookmakers, mis de V&D nog steeds en vertel toeristen graag over de unieke Utrechtse werfkelders. Nederlander zijn is een deel van mijn identiteit. De gedachte dat ik mijn familie en vrienden na emigratie veel minder vaak zou zien, maakt me droevig.

Ik woon in een van de gelukkigste landen ter wereld, maar is het ook míjn gelukkigste land?

En toch. Op 17 juli 1987 werd ik geboren in het Martini Ziekenhuis in Groningen, waarna ik opgroeide in het Drentse Roden. Maar ik had ook zomaar niet geboren kunnen worden – of heel ergens anders. Mijn geboorte, en dus ook de plek van mijn ontstaan, hangt van volkomen toevalligheden aan elkaar. Het is dus toeval dat ik in Nederland woon. Waarom zou ik in dat toeval blijven hangen?

Wetende dat ik ieder jaar weer last heb van een lange winterdip en het in Madrid een stuk zonniger is. Wetende dat ik houd van echte wereldsteden en die in Nederland niet te vinden zijn. Wetende dat ik gelukkig word van het vele buitenleven in Madrid en wij die cultuur niet hebben. Wetende dat Madrid veel meer gay capital is dan bijvoorbeeld Amsterdam...

Ik heb relaties beëindigd en ontslag genomen, omdat ik wil doen wat goed voelt en het leven te kort is om niet te leven. Toch blijf ik in Nederland wonen, terwijl ik dit land zelf misschien wel helemaal niet als mijn thuis zou hebben uitgekozen. Grenzen zijn veel hardnekkiger dan soms gedacht.

Ik woon in een van de gelukkigste landen ter wereld, maar is het ook míjn gelukkigste land? Daar kom ik maar op één manier achter.

Tip: vertrek naar het buitenland vóórdat je een relatie krijgt.

‘Geachte heer Dallinga, u bent een naïeve millennial die beter het geluk in zichzélf kan zoeken.’ Ik zie zo’n soort lezersbrief al voor me, dus schrijf hem liever zelf. Ik realiseer me heus dat ik verblind zou kunnen zijn door de Madrileense zon die ik enkel als toerist heb aanschouwd. Wie reist is zonder ballast en ziet alles optimistischer. Misschien valt het enorm tegen, zoals zo vaak met de werkelijkheid. (Cultuurshock! Hittestress!) En toch is het te gemakkelijk om mijn idee dat ik in een ander land gelukkiger zou kunnen zijn, af te doen als kinderlijke onnozelheid.

Sterker: dat is onjuist. Kinderen zijn als het hierom gaat minder onnozel dan volwassenen: zij durven nog onbegrensd te experimenteren, zonder een stemmetje ‘ja, maar’ in hun hoofd. Zij voelen de ruimte om te verkennen wat kan, wat goed voelt en wat niet. Ik kan honderd redenen bedenken waarom ik níet zou moeten emigreren, maar dat wil ik helemaal niet. Scepsis is goed, maar kan vlammende nieuwsgierigheid naar het onbekende ook volledig overstemmen. Ik wil als een kind zijn. Ontdekken, uitproberen – wie weet waar dat toe leidt. Ik heb de luxe dat ik naar het buitenland kan verhuizen als experiment. Dus laat me mijn hoofd maar stoten, dan plak ik wel een pleister.

Er zijn nog wel enkele hobbels te nemen. Mijn partner wil nog niet (tip: ga vóórdat je een relatie krijgt, of zoek je partner erop uit); werk: ik zou er als journalist aan de slag kunnen, maar spreek nog geen Spaans en heb er nauwelijks contacten; en het belangrijkste: de durf om écht te gaan, pats-boem – ik werk er nog aan.

Misschien moet ik beginnen met een jaar. Gewoon proeven, onderzoeken, desnoods zonder partner, en dan wel weer verder zien. Ik wil die glimlach weer, gaan voordat ik de kans pas grijp met de verrimpelde handen van een zeventigjarige pensionado.

Zojuist trok een zwerm spreeuwen over, op weg naar het zuiden. Ze dansten in de wolken. Zo wil ik zijn: vrij, en daar waar ik mij thuis voel. Misschien is dat niet hier.

Maarten Dallinga is journalist en podcastmaker. Zijn podcast Anoniem Intiem, over Nederlandse mannenontmoetingsplekken, is genomineerd voor De Tegel.

Lees ook dit interview met Maarten Dallinga over Anoniem Intiem.

Volg je ons al op Instagram?

Advertentie
Advertentie
Delen op

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine 98

Deze keer: Kinky Boots-acteur Naidjim Severina en heel veel design

Neem een abonnement

Geef cadeau