Bauhaus: een eeuw oud, maar nog altijd springlevend

Een reis langs 100 jaar Bauhaus

Leestijd: 9 minuten - door Dirk Koppes op 05 januari 2020

Van Nietzsche via een utopische wieg en wilde studentenfeesten naar prefab arbeiderswoningen en een parkeergarage: de Bauhaus-stroming maakte in korte tijd een stormachtige ontwikkeling door. Een overzicht.

Eigenlijk is het onwaarschijnlijk dat de school slechts veertien jaar heeft bestaan. Een korte reis langs Weimar, Dessau en Halle doet beseffen hoeveel hoogtepunten het Bauhaus heeft voortgebracht. En ja, je kunt ook zelf in zo’n historische studentenkamer (met het mooiste balkon aller tijden) doorbrengen.

Het maakt niet uit hoe je je route langs Bauhaus-locaties inricht: bij het begin in Weimar of meteen het hoogtepunt in Dessau dan wel de nakomelingen in Halle, overal zie je onthutsend moderne gebouwen die de tand des tijds hebben doorstaan. Nou ja, de uitstraling dan, want de panden zelf hebben in veel gevallen in het kader van 100 jaar Bauhaus een flinke renovatie ondergaan. De architecten van het Bauhaus hielden van industrieel en prefab, maar ook van hele gevelpartijen met metalen ramen, die wegroesten waar je bij staat. Zij bouwden voor hun tijd, ze hadden nooit verwacht dat hun huizen een eeuw later nog overeind zouden staan en zouden uitgroeien tot toeristische trekpleisters.

Haus am Horn, Weimar
Haus am Horn, Weimar - Thomas Müller, voor Georg Muche: © Bauhaus-Archiv Berlin

De net geopende musea in Weimar en Dessau kiezen als hommage voor dezelfde strakke vormen, maar met eigentijdse duurzame isolatie en opvallend weinig raamwerk. Alles om de fragiele unieke designvoorwerpen uit de twintiger jaren te behouden. Fraai en nog steeds actueel, edoch fragiel.

Goethe

Houd het kort, begin bij Goethe. De bakermat van het Bauhaus ligt namelijk in het slaperige provinciestadje Weimar. Om verwarring te voorkomen: in deze reportage hebben we het over de plaats Weimar, niet over de Duitse regering tussen de twee wereldoorlogen in (de ‘Weimar-periode’). Weimar was al ruim een eeuw een cultuurstadje, dat door de aanwezigheid van Goethe en later Schiller eeuwige roem verwierf. Nog steeds is het aangenaam kuieren door deze welvarende provinciestad, die volstaat met fraaie parken en goed onderhouden negentiende-eeuwse gebouwen (de stad ontsnapte aan geallieerde bombardementen).

In korte tijd werden enorme designsprongen gemaakt. Zo werden beelden van Rodin binnengehaald. Schandalig!

Ambitieuze plaatselijke vorsten zorgden ervoor dat de boel niet helemaal insliep. De sporen van die voorgangers van het Bauhaus zijn te vinden in het Neues Museum, een oude suikertaart waar je goed kunt zien welke enorme designsprongen in korte tijd werden gemaakt. Zo werden beelden van Rodin en impressionistische schilderijen binnengehaald. Schandalig! Beslissend was de komst naar Weimar van de Belgische designer en architect Henry van de Velde. Een aantal meubelstukken in het Neues Museum laat goed zijn overgangsfunctie zien. Nog steeds ontwierp hij kloek houten handwerk, maar Van de Veldes streven naar licht en luchtig kondigt zich al aan.

Ambacht

Henry van de Velde kreeg de mogelijkheid een nieuwe school te stichten in 1902. Dat werd een gebouw waar kunst en ambacht tegelijk werden onderwezen. Het schoolgebouw zelf moest een ‘alomvattend kunstwerk dat uitmondt in architectuur’ worden. Het werden twee gebouwen, die nog steeds te bezichtigen zijn en nu de Bauhaus Universiteit Weimar huisvesten. Dat betekent dat er gewoon lesgegeven wordt, en je voortdurend tegen studenten aanbotst die druk bezig zijn met allerlei designopdrachten. Het zorgt ervoor dat Van de Veldes gebouwen niet zijn veranderd in een levenloos museum. Geen toegangspoortjes, geen ticketverkoop, gewoon openbare scholen.

Van de Velde wilde dat kunst, industrie en ambacht zouden samenwerken om tot functioneel design te komen. De Belg voelde goed aan dat hij in de jonge Walter Gropius een zielsverwant had gevonden, en zorgde dat die zijn opvolger werd.

Henry van der Velde schrijftafel
Schrijftafel Henry van der Velde, Neues Museum. © Klassik Stiftung Weimar - © VG Bild-Kunst, Bonn 2019

Bauhaus

In april 1919 is het dan zover: Gropius sticht het Bauhaus in Van de Veldes gebouwen. De start van veertien uitzonderlijke jaren. Zijn openingsmanifest: “Laten wij gezamenlijk de nieuwe bouwkunst van de toekomst, die alles ineen zal zijn, wensen, bedenken en scheppen: architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst die, voortgekomen uit miljoenen handen van handwerkers, eens ten hemel zal rijzen als een kristallen symbool van een nieuw geloof.”

Klinkt als een utopie: Gropius hoopte dat goed design en innovatieve techniek samen Europa na de Eerste Wereldoorlog konden genezen. Dus moesten de kunstenaar en ambachtelijk ontwerper samenvloeien tot één geëngageerd individu. Ontwerpers dienden met behulp van massaproductie een beter dagelijks leven voor de gewone man betaalbaar te maken.

In de wandelgangen van Van de Veldes gebouw staan allerlei probeersels van de huidige studenten. Zoals een meubel van karton. “In het eerste jaar moeten we nog steeds experimenteren met vormen en materialen, je moet alles loslaten en helemaal vrij van geest nieuwe dingen bedenken”, legt tweedejaars John Wu uit. Hij is een van de vele buitenlandse studenten die op de faam van het Bauhaus zijn afgekomen.

Gropius hoopte dat goed design en innovatieve techniek Europa na de WWI konden genezen.

Bliksemschicht Haus am Horn

Weimar mocht in 1919 dan wel de stad zijn waar de nieuwe Duitse grondwet werd geschreven, het stadsbestuur keek zeer argwanend naar Gropius en zijn losbandige groep studenten (inclusief veel vrouwen!). Jaar na jaar moest de directeur zijn budget bevechten en de vraag beantwoorden wat al die moderne pedagogische fratsen nu opleverden. Lichtelijk in paniek besloot Gropius tot de vlucht naar voren: hij kondigde een expositie aan, waarin alle kunstdisciplines zouden samenwerken.

Dus moest er ook een ultranieuwe exporuimte komen, de school voldeed niet. Het resultaat is na een fijne wandeling door een park te zien op een heuveltop: Haus am Horn. Een witte bliksemschicht tussen Duitse boerderettes. Die zijn later gebouwd, maar lijken een eeuw ouder. Haus am Horn was bedoeld als een ideaalwoning, waarin de nieuwste snufjes werden gecombineerd, met tapijten en lampen van de Bauhaus-werkplaats. De vrouw des huizes kreeg een kaptafel, de heer een kantoortafel met uitzicht op de tuin. Het geheel doet een beetje aan het Rietveld-huis denken, al is dat veel beter uitgewerkt en daardoor praktischer. Haus am Horn was een experiment, eigenlijk meer een expo-ruimte. Toch kun je je voorstellen hoe met kleine aanpassingen veel mensen dolgraag in deze spierwitte vierhoek zouden willen wonen.

Bauhaus-school Dessau
Bauhaus-school, Dessau - Yvonne Tenschert, 2011

Het succes was enorm en kreeg aandacht in de Europese kunstbladen van die tijd, wat nog meer ambitieuze studenten aantrok. Knarsetandend gaf het Weimar-gemeentebestuur nog een jaar geld, maar daarna werden Gropius en zijn kunstbende de stad uitgetrapt.

Honderd jaar later wordt zijn school eindelijk geëerd door de stad Weimar met een nieuw museum, een beige-witte kubus getiteld Bauhaus Museum Weimar. Hier veel designobjecten van Gropius’ school, klassiekers van Marcel Breuer maar ook van de latere directeur Mies van de Rohe. Die zou Bauhaus meer richting dure onderkoelde meubels als de beroemde Barcelona-stoel trekken. Interessant is de tijdcapsule van Gropius: hij had een aantal dozen opgeslagen met een collectie voor ‘zijn’ latere museum. Die dozen bevatten dus zijn selectie, met daarin verrassend veel kleden en vooral veel vazen, potten en servies.

Icoon in Dessau

De reis gaat nu honderdvijftig kilometer verder naar Dessau, waar het icoon van de Bauhaus-beweging staat. Gropius kreeg van de gemeente de kans een schoolgebouw naar zijn inzichten neer te zetten. Het kreeg een lange hoge glasgevel, met het logo in lange letters zonder kapitalen groot op de zijkant. Gropius wilde zoveel mogelijk licht in zijn klaslokalen, maar hij was de winters vergeten: een glaspui zonder isolatie zorgt voor ijskoude ruimten, zodat al snel overal dikke gordijnen werden opgehangen. De schaarse radiatoren werden hoog aan de muur opgehangen: Gropius wilde reclame maken voor zijn samenwerking met de industrie voor massaproducten. Ook hier creëerde Gropius een vleugel voor de kunsten, en een andere voor de ambachten. Middenin zetelde hij in zijn kantoor, nog steeds te bezichtigen met een gids.

Bij het Bauhaus geen ouderwetse hoorcolleges maar leraren die tussen de leerlingen werkten en zo theorie en praktijk met elkaar verbonden.

Overal keren de primaire kleuren rood, geel en blauw terug. De Nederlander Theo van Doesburg gaf les aan het Bauhaus en had veel invloed met zijn De Stijl-principes. De drie kleuren worden overal gebruikt om bezoekers vanzelf van de ene functie (kantine) naar de andere (theater of leslokaal) te leiden. Je kunt nog steeds lunchen in die kantine met een stevige knoedel en soep. Direct daarnaast staat de studentenflat, met voor die tijd zeer riante kamers: elke student kreeg twintig vierkante meter, een eigen wastafel en zelfs een privébalkon. Kamers zijn nog steeds te boeken, variërend van 40 euro voor een single tot 65 euro voor een tweepersoonskamer. Wie kan het vooruitzicht weerstaan om over die ranke balkonleuning te hangen?

Op loopafstand vind je de Meister-huizen. Dit waren de woningen voor de professoren, pardon, de meesters. Bij het Bauhaus geen ouderwetse hoorcolleges maar leraren die tussen de leerlingen werkten en zo theorie en praktijk met elkaar verbonden. Met deze aanpak wist Gropius de fine fleur van de Europese avant-garde aan zich te binden. Een aantal grootheden kreeg een eigen villa, zeg maar Haus am Horn versie 3.0: witte bungalows met ultrastrakke én praktische interieurs. Mensen als Oskar Schlemmer, Wassily Kandinsky, Paul Klee en Lyonel Feininger resideerden hier. Een aantal villa’s is nu bestemd voor artists in residence, het huis van Gropius kun je bezichtigen.

Theaterkostuums Bauhaus Museum Dessau
Theaterkostuums, Bauhaus Museum Dessau - Thomas Meyer

Restaurant aan de rivier

Als de kantine niet aan de gastronomische eisen voldoet, is er altijd nog het Kornhaus aan de Elbe. Ooit stond er een graanpakhuis, in 1929 bouwde Carl Fieger voor de gemeente hier het Kornhaus restaurant. Na een secure renovatie kun je hier bloedworstravioli, pompoenrisotto of forel eten. Men eet hier vroeg, zo vanaf 18.00 uur, dus wees op tijd anders zit je in een lege zaal.

Ook hier enorme raampartijen met metalen kozijnen en zakelijke verlichting. Naar de zonsondergang toe is de ruimte cirkelvormig, zodat je lang in de schemering kunt tafelen. Vreemd genoeg is de akoestiek goed, je verzuipt niet in andermans gesprekken. Een tip: sla de vis over en houd het bij vlees of vegetarisch.

Zwarte Bauhaus Museum Dessau

In theorie had het deze zomer geopende Bauhaus Museum Dessau ook een open glazen pui moeten hebben, om zoveel mogelijk de interactie tussen stadsbewoners en het museum aan te gaan. Maar helaas: vogels vlogen zo massaal tegen de gevel aan, dat men snel lamellen ophing. De bovenverdieping zou sowieso een zwarte doos worden: ideaal om de kwetsbare fragiele designobjecten te laten zien. Dessau heeft een van de grootste Bauhaus-collecties ter wereld, en dat willen ze laten weten. Terecht, want de Marcel Breuer-stoelen, prachtige gestileerde bloemenbehangen en stalen lampen (denk Gispen) eisen hier de hoofdrol op. Elke designliefhebber zou hier graag zijn pensioen op-shoppen.

Leuk dat ze een aantal theaterkostuums hebben gereconstrueerd, want theater en feesten speelden een belangrijke rol in het Dessause studentenleven. Theo van Doesburg heeft een ereplaatsje met een Bauhaus-cahier over zijn denkbeelden.

De Nazi’s verboden in 1933 Entartete Kunst (ontaarde kunst) en vernietigden of verkochten de helft van de Moritzberg-collectie.

Schildertoppers in Halle

Dankzij zijn internationale docentenkorps had het Bauhaus uitstekende connecties met de kunstwereld in binnen- en buitenland. Toen Gropius in 1928 stopte met de school in Dessau (hij werd opgevolgd door Hannes Meyer en in 1930 door Ludwig Mies van der Rohe), werd hij gevraagd om na te denken over een nieuw museum in Halle. Hij ontwierp meteen een terrein voor het hart van de stad, waar een stadion, concerthal en dus een kunstmuseum zouden komen. Dat visioen is nooit werkelijkheid geworden maar wel in Virtual Reality te zien in het Kunstmuseum Moritzberg.

Dat museum is gehuisvest in een oude burcht, gecombineerd met een stuk nieuwbouw. Daar is nog tot 13 januari Das Comeback – Bauhaus Meister Moderne te zien. Een adembenemende expositie, die het hoge niveau van de kunsten in de Weimar-republiek laat zien. Moritzberg had in de jaren twintig-dertig al een fantastische collectie Expressionistische en Constructivistische kunst. Van Max Beckmann tot Kokoschka, ze zijn er allemaal. Ook de Meister-docenten van het Bauhaus waren in de collectie vertegenwoordigd. Tot de nazi’s in 1933 Entartete Kunst (ontaarde kunst) verboden en de helft van de Moritzberg-collectie vernietigden of verkochten. Voor de expo Das Comeback heeft men geprobeerd alle objecten van die uit 1933 terug naar Halle te halen. Een pijnlijke ervaring, omdat zoveel verloren is gegaan van het Bauhaus en tijdsgenoten. Fantastisch, omdat er zoveel moois te zien is. Sowieso heeft Moritzberg genoeg Bauhaus-trofeeën in de vaste collectie (zoals Lyonel Feininger, Kandinsky, Paul Klee, Georg Muche en Oskar Schlemmer) om ook na Das Comeback Kunstmuseum Moritzberg te bezoeken.

Kunstmuseum Moritzberg Halle
Kunstmuseum Moritzberg, Halle - Falk Wenzel, © Stichting Bauhaus Dessau, BPK

Halle heeft ook veel moderne op het Bauhaus geïnspireerde architectuur uit die periode te bieden, zoals een watertoren, parkeergarage en een parochiekerk. Een club vrijwilligers, Halle und die Moderne, geeft rondleidingen waarbij dit soort curieuze gebouwen zijn te bezichtigen. Alleen al de Kirche zur Heiligsten Dreieinigkeit uit 1929 is een hallucinerende ervaring. Deze zeshoekige kerk werd aan een klooster vastgeplakt, maar de bouwstijl kon niet verder afwijken. Binnen denk je een vrijmetselaarsloge te zijn binnengelopen. Gouden pilaren, een driehoekig altaar, als koepel een soort abstract symbool in plaats van een duif: een radicaal nieuwe kerk. Rome stuurde dan ook snel een enorm houten Christusbeeld op om de boel een beetje te fatsoeneren.

Ook fijn is die watertoren, die meer aan de vergaderzaal van koning Arthur doet denken. Vanbuiten keurig bakstenen, vanbinnen een betonnen fantasie met een bovenverdieping om over de wijk heen te kunnen kijken. 46 meter hoog valt de toren niet te missen. En zo staat Halle vol met modernistische bouwwerken die het Bauhaus ademen. Het laat zien dat de fysieke school misschien werd gestopt door de nazi’s, maar dat de geest nog decennia blijft voortleven.

Coverbeeld: Studenten rond 1927 - © Stichting Bauhaus Dessau

Delen op

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine 103

Deze keer: een speciale Pride-editie

Neem een abonnement

Geef cadeau