Uit onze archieven:

“Hand in hand over straat? Mij niet gezien”

Dit zeggen agenten en militairen over hun werk

Leestijd: 5 minuten - door Martijn Kamphorst op 31 maart 2020

Wij gingen in gesprek met vijf agenten en vier militairen over hun passie voor hun werk, hun toegevoegde waarde en persoonlijke groei als roze diender dan wel krijger en hun eigen gevoel van veiligheid. Dankzij de noeste arbeid van deze mannen trekken we ’s nachts met een gerust hart de lakens over ons heen. Maar hoe veilig voelen zij zichzelf?

Gay zijn bij de krijgsmacht of politie, dat was ooit best een dingetje. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw jaagden agenten nog op homo’s, laat staan dat je in het korps lekker jezelf kon zijn. Het verklaart allicht ten dele de nog altijd fragiele vertrouwensband tussen de roze burger en de roze diender. De transitie van belager tot beschermengel is immers een relatief recente.

Ook generaties militairen hebben hun seksualiteit zo goed en kwaad als het ging verborgen moeten houden. Vanaf de jaren zeventig begon daar langzaam maar gestaag verandering in te komen. In 1974 hief minister Henk Vredeling het verbod op homoseksualiteit binnen de Nederlandse krijgsmacht op. Dat leidde er overigens niet toe dat homoseksuele militairen medio jaren zeventig ineens massaal uit de kast tuimelden. Wel schreef Nederland in 1987 geschiedenis met de oprichting van de Stichting Homoseksualiteit en Krijgsmacht – tevens het eerste roze ‘bedrijfsnetwerk’.

Ook de politie kreeg eind jaren tachtig een eerste eigen homonetwerk, in Den Haag, dat diende om de zichtbaarheid en emancipatie van homo’s binnen en buiten het korps te verbeteren. Dat netwerk groeide uit tot het inmiddels landelijk actieve Roze in Blauw.

Vandaag de dag is Nederland met verre afstand koploper op het gebied van inclusie bij zowel de politie als Defensie. Niet voor niets varen beide trots in uniform mee tijdens de jaarlijkse Canal Parade in Amsterdam, als ware het een kroon op hun werk. Dit jaar was nota bene, naast oud-minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert, zelfs secretaris-generaal Wim Geerts prominent op de Defensieboot te vinden.

Beide netwerken hebben een hoop verandering teweeggebracht, zeker binnen de organisatie. Toch stemmen de cijfers rondom homo-emancipatie op straat nog altijd vrolijk en treurig tegelijk. Met de groeiende bekendheid van Roze in Blauw steeg ook de meldingsbereidheid van de roze burger. In 2015 kwamen er dik drie keer zoveel meldingen binnen van discriminatie en geweld tegen homo’s als in 2009. Het aantal aangiftes blijft echter achter. Allard Feddes, docent aan de Universiteit van Amsterdam, deed in 2016 onderzoek naar de aangiftebereidheid onder bijna zevenhonderd LHBTI-personen en daaruit bleek dat slechts 10 procent van alle slachtoffers ook daadwerkelijk overgaat tot een aangifte. Dat lijkt miniem, maar toch zit daar relatief een sterk stijgende lijn in.

Of er daadwerkelijk meer geweld tegen homo’s plaatsvindt dan pak ’m beet twee decennia terug is momenteel moeilijk concreet te zeggen. Het CBS berekende in 2016 in ieder geval dat het aantal homo’s en lesbiennes dat aangeeft respectloos te zijn behandeld (32 procent) ongeveer gelijk is gebleven aan 2012. De cijfers zijn nog jong en momenteel mondt de discussie nog bijna altijd uit in een kip-eiverhaal. Stijgt immers het aantal geweldsincidenten tegen LHBTI-personen, of het aantal aangiftes en meldingen daarvan? “Blijf hoe dan ook incidenten melden,” drukt politiewoordvoerder/nieuwbakken BN’er Ellie Lust ons stellig op het hart, “want we kunnen alleen iets met wat we weten.”

Wanneer er een hatecrime plaatsvindt, is de politie daar tegenwoordig steeds sneller bij, maar dat geldt ook voor de media.

Dat homo’s zich onveiliger beginnen te vóélen is duidelijk, zo blijkt uit onderzoek van het CBS. Dat LHBT’s vaker slachtoffer zijn van geweld dan hetero personen, ook dat staat vast.

Wanneer er een hatecrime plaatsvindt, is de politie daar tegenwoordig steeds sneller bij, maar dat geldt ook voor de media. Soms komt dat de politie van pas, soms werkt het ze tegen. Een bevredigend antwoord is immers niet altijd binnen één werkdag te formuleren. Wordt ergens iemand in elkaar geslagen en lijkt er sprake te zijn van een homofoob motief, dan verkiest menig slachtoffer Facebook boven het politiebureau. Daarna gaat het als een lopend vuurtje en duikt het ene na het andere plaatselijk sufferdje erop. De landelijke media volgen vaak gestaag. Maakt de politie vervolgens bij het afhandelen van de melding of het onderzoek een kleine of grote misstap, dan krijgen ze van menig roze burger flink de wind van voren. Het valt te verklaren, niet iedere agent was en is immers altijd even proud to be your friend, maar het maakt het werk zeker niet altijd even dankbaar.

Wij gingen in gesprek met vijf agenten en vier militairen over hun passie voor hun werk, hun toegevoegde waarde en persoonlijke groei als roze diender dan wel krijger en hun eigen gevoel van veiligheid.

Winq Nachtwacht Joost van Oosterhout

Joost van Oosterhout

Inspecteur, Zeeland/West-Brabant
In dienst sinds 2003

“Of ik mezelf veilig voel op straat? Daar stel je echt een gewetensvraag. Ik ben niet overal in Nederland even open op straat. Vrienden geef ik uit gewoonte vaak drie zoenen, maar in sommige steden laat ik dat wel uit mijn hoofd. Het is ook af en toe best gewaagd om zo je nek uit te steken. Ben je bijvoorbeeld Turks, Marokkaans of Hindoestaans, dan is dat in meer of mindere mate zichtbaar aan de buitenkant. Maar ik heb geen ‘homo’ op mijn voorhoofd staan, dus moet ik me actief zichtbaar maken. De gemiddelde mens kan zo uitvogelen dat ik gay ben. Ik vertel er af en toe over in de media, sta op onze boot tijdens Pride en maak actief deel uit van Roze in Blauw. Toch doe ik het voor de volle honderd procent. Het is nog nodig, zeker binnen beroepsgroepen als de politie en Defensie. Door hier actief aandacht voor te blijven vragen, ontstaat langzaamaan een voedingsbodem voor meer acceptatie. Hoe mooi is het als er straks jonge aspiranten binnenstromen, die tijdens de introductieronde gelijk durven zeggen: ‘Ik ben Piet en ik ben getrouwd met Henk.’ Als je jezelf niet kunt zijn, kun je ook niet goed presteren. Voor mij heeft Roze in Blauw persoonlijk veel betekend. Ik ben bij de politie pas zes jaar terug uit de kast gekomen. Het leek me lange tijd heel ingewikkeld, op mannen vallen én dit beroep beoefenen. Bij het netwerk kwam ik in aanraking met mensen als Ellie Lust, die me er stapje voor stapje bij hebben geholpen mijn weg te vinden. Roze in Blauw is er natuurlijk in de eerste plaats voor de buitenwereld, om de drempel voor burgers te verlagen om aangifte te doen, maar ook intern is het van grote waarde. Actief blijven en je geluid laten horen is op dit vlak heel belangrijk. Als je zwijgt, dan ebt het naar de achtergrond.”

Winq Nachtwacht Eray

Eray

Hoofdagent, Den Haag
In dienst sinds 2010

“Ik had geen flauw idee of homo zijn bij de politie een dingetje was. Ik belandde er via een vriend. Voordat ik in dienst ging, heb ik lange tijd in de horeca gewerkt. Op een gegeven moment dacht ik: is dit alles? Ik wilde niet de rest van mijn leven achter de bar slijten. Ik had behoefte aan een baan met meer maatschappelijke betekenis. Ik heb mijn homoseksualiteit bij de politie nooit onder stoelen of banken gestoken. Het heeft me ook nooit gedoe opgeleverd. Buiten de politie om ook niet overigens. Ik ben ook niet zo zichtbaar gay. Wanneer we op evenementen actievoeren voor Roze in Blauw, komen mensen weleens of me af om te vragen of ik ook gay ben. Ik kan daar wel om lachen. Toen ik net begon, wist ik niets af van het interne LHBT-netwerk Roze in Blauw. En ik moet zeggen, toen ik er lucht van kreeg, voelde ik niet de behoefte om me erbij aan te sluiten. Het was me niet duidelijk wat het nut er precies van was. Inmiddels sta ik daar heel anders in. Ik zie in dat niet iedereen zo stevig in zijn schoenen staat als ik, en dat ik als openlijk homoseksuele agent ook daadwerkelijk iets toe kan voegen. Soms vinden LHBT’s die met geweld in aanraking zijn gekomen het bijvoorbeeld veel fijner om aangifte te doen bij iemand die zich direct in hun situatie kan verplaatsen, iemand waar ze minder aan hoeven uit te leggen. Ik benut mijn identiteit nu steeds meer en leg veel meer nadruk op diversiteit en discriminatie in mijn werk. Mijn ouders zijn van Turkse komaf. Die roots kan ik bijvoorbeeld ook gebruiken bij het behandelen van zaken waar eerwraak in het spel is.”

Winq Nachtwacht Reinder

Reinder de Kock

Sergeant 1, recruiter, Koninklijke Luchtmacht
In dienst sinds 2000

“Op mijn achttiende werd ik voor het eerst uitgezonden, naar Sarajevo. Met een klein clubje Nederlandse soldaten hielpen we zes maanden bij de wederopbouw na de Bosnische Burgeroorlog. Toen ik ging, had ik nog een vriendin, maar eenmaal daar viel ik voor het eerst voor een man, een Amerikaanse soldaat. Voor hem lag het nog ingewikkelder dan voor mij. Destijds was het Don’t ask don’t tell-beleid nog van kracht. Na dat halfjaar ben ik hem uit het oog verloren. Het was einde missie, einde contact. Ik had er aan het begin moeite mee het aan mijn collega’s te vertellen. De infanterie is toch wel een machowereld. Wie weet had het best gekund, maar ik stond nog niet sterk genoeg in mijn schoenen. Nadat ik de switch maakte naar de luchtmacht, ben ik bij Defensie uit de kast gekomen. Dat heeft nooit een probleem gevormd, ik zit er immers nog. Wat dat betreft ben ik al meer dan vijftien jaar levend bewijs van het feit dat je er als homo prima aan de slag kunt. Defensie is er niet alleen voor de machoman en de stoere meid, maar je moet wel zeker zijn van jezelf. Nog altijd wordt er veel gescholden met ‘nicht’ en ‘homo’ en dat kan lastig zijn als je nog in de kast zit. Daar wordt hard aan gewerkt door de Stichting Homoseksualiteit en Krijgsmacht. Toch doen we het in Nederland niet slecht. Kijk ter vergelijking naar Trump, die nu transpersonen die al tig keer hun leven in gevaar hebben gebracht om iets goeds te doen voor hun land rücksichtslos de rug toekeert. Zoiets is binnen de Nederlandse krijgsmacht gelukkig ondenkbaar. Sterker nog, ik voel me als homo veiliger binnen Defensie, dan wanneer ik hand in hand over straat loop. Niet dat mijn vriend en ik die behoefte hebben, maar als die er zou zijn, dan zouden we het alsnog niet doen.”

Winq Nachtwacht Jaus

Jaus Müller

Kapitein, Koninklijke Landmacht
In dienst sinds 2013

“Als historicus – ik doceer militaire geschiedenis aan de Defensieacademie – probeer ik de situatie vanuit vogelperspectief te bekijken. Wat betreft LHBT-acceptatie zie ik dan, ook in het leger, een positieve trend, die zich alleen maar verder voortzet. Dat gaat met ups en downs, maar ik prijs mezelf gelukkig dat ik in deze tijd leef. Generaties militairen hebben hun seksualiteit verborgen moeten houden. Ik ben er wel terughoudend mee geweest bij Defensie. In mijn eenheid wisten slechts een paar collega’s dat ik gay ben. Tijdens een uitzending in Mali deelde ik een container met een andere officier. ’s Avonds lagen we vaak nog lang te praten. Hij vertelde me van alles over zichzelf en ik luisterde aandachtig. Na een week zei hij: ‘Het valt me op dat jij heel erg op de vlakte blijft. Heb je dan niets meegemaakt?’ Ineens voelde ik de onbalans die was ontstaan en besloot ik hem te vertellen dat ik op mannen val. Tijdens een missie zijn je collega’s echt je familie: je eet, sport, slaapt en werkt samen. Dat wordt heel eenzaam, als je niet open bent over jezelf. Wel moet je als homo in het leger stevig in je schoenen staan. De grens tussen een geintje en een belediging is vaak flinterdun. Defensie moet ook echt uitkijken dat mensen die buiten de toon vallen, niet worden buitengesloten door de groep, en daardoor de opleiding niet halen. Terwijl hun militaire capaciteiten prima in orde zijn. We verliezen daar goede mensen door. Wanneer ik niet in functie ben, voel ik me best veilig op straat. Alhoewel, dat maak ik mezelf rationeel wijs, maar ik handel er niet altijd naar. Toen ik een vriend had, vond ik hand in hand lopen niet altijd even prettig. En ik kan niet zeggen of dat is omdat ik niet zo klef ben of omdat ik me onveilig voelde. Dat zegt eigenlijk genoeg.”

Winq Nachtwacht Hans

Hans van Nieuwkasteele

Brigadier, Den Haag
In dienst sinds 2001

“Als je tegenwoordig bij de politie een nare opmerking maakt over homo’s, word je vaak gecorrigeerd door een hetero collega. Wat dat betreft heeft Roze in Blauw heel veel veranderd, vooral intern. Het scheelt enorm dat de grote baas ons netwerk onderschrijft en erkent. Ik kan wel heel hard roepen dat je lief moet zijn voor homo’s, maar dat haalt natuurlijk niet veel uit. Ook het vertrouwen van de roze burger beginnen we stukje bij beetje terug te winnen. Vergeet niet dat de politie tot ver in de vorige eeuw op homo’s heeft gejaagd. Toen artikel 248bis nog van kracht was (een wetsartikel dat homoseks tussen 21-minners en 21-plussers verbood, red.), ging de zedenpolitie actief op zoek naar homoseksuelen. Die cultuurverandering binnen de organisatie heeft veel voeten in de aarde gehad, en het duurt nog veel langer voordat we het vertrouwen van de roze burger volledig terugwinnen. Dat komt te voet en gaat te paard. En er is nog steeds werk aan de winkel hoor. Stel dat we twee mensen op een parkeerplek aantreffen in een auto met beslagen raampjes. Zijn het een man en een vrouw, dan gaat dat soms gepaard met veel lolligheid. Zo van: bent u wel oud genoeg, mevrouwtje? Maar zijn het twee mannen, dan wordt er sneller een proces verbaal opgemaakt. Dat verschil moet je eruit zien te krijgen. Dat gezegd hebbende, voel ik me hartstikke fijn bij de politie. Altijd zo geweest. Toen ik er begon, was ik wel wat terughoudender over mijn geaardheid. Maar toen ik het eenmaal aan één iemand had verteld, verspreidde het nieuws zich als een lopend vuurtje. Daar heb ik nooit gezeur mee gehad, wat dat betreft bleek ik mijn eigen ergste vijand. Ik ga het denk ik niet meer meemaken, maar op een gegeven moment is homo zijn echt geen issue meer bij de politie. De mensen die onder een steen leven, sterven langzaam uit.”

Winq Nachtwacht Mike

Mike Hilgeman

Agent, Amsterdam
In dienst sinds 2006

“Op mijn twaalfde reden we met de camper de A12 op, waar net een immens ongeluk had plaatsgevonden. Door het raam zag ik de indrukwekkende politieoperatie. Het zaadje was geplant. Ik moest en zou bij de politie. Uiteindelijk heb ik daar flink voor moeten knokken. De eerste paar keer kwam ik niet door de toelating. Toen het me na jaren proberen eindelijk lukte, sprong ik een gat in de lucht. Een jaar na mijn indiensttreding heb ik me aangesloten bij Roze in Blauw, waar ik inmiddels ook piketdiensten draai. Eens in de vier weken sta ik zeven dagen mensen te woord die een hatecrime willen melden. Soms tot grote ergernis van mijn vriend, want ik moet 24/7 bereikbaar zijn. Dan gaat ineens om drie uur ’s nachts de telefoon en ren ik met mijn notitieblokje richting zolder om actie te ondernemen. Mentaal neem ik die verhalen niet mee naar huis, hoe pittig ze soms ook zijn. Als je een keer iemand hebt zien overlijden, blijft dat je natuurlijk wel even bij, maar alles went. Het doet me wel extra veel wanneer een collega overlijdt. Wanneer in Londen een agent in zijn nek wordt gestoken, dan komt dat ineens heel dichtbij. Zelf voel ik me vrij veilig op straat, al mijd ik wel bepaalde plekken. Mij vind je bijvoorbeeld niet snel op een homo-ontmoetingsplek. Dat is ook beroepsdeformatie, de ervaringen waar ik op werk mee in aanraking kom, neem ik natuurlijk mee. Ik zeg niet dat iedereen die plekken maar moet vermijden. Het zijn uiteraard de daders die uiteindelijk moeten worden aangepakt. Wel probeer ik mensen aan de telefoon bewust te maken van wat ze kunnen doen om hun eigen veiligheid te verbeteren. Word je bijvoorbeeld gedrogeerd door een anonieme date, dan zul je een volgende keer goed moeten nadenken hoe je de ontmoeting voor jezelf veiliger kunt maken.”

Winq Nachtwacht Gabriël

Gabriël Faber-Zirkzee

Sergeant, Koninklijke Marine
In dienst sinds 2005

“Toen ik op mijn zeventiende in dienst trad, was ik nog helemaal niet bezig met mijn seksualiteit. Pas na anderhalf jaar ontdekte ik dat ik meer van de mannen ben, maar het duurde wel even voordat ik dat met collega’s durfde te delen. Het heeft soms helaas tot lastige situaties geleid. Niet iedereen houdt er bij Defensie dezelfde normen en waarden op na, dus je loopt weleens tegen een homofobe collega aan, al verschilt het per eenheid. Wanneer je niet goed presteert, krijg je helaas nog vaak de woorden homo, mietje en flikker naar je hoofd geslingerd. Militairen zijn wat botter tegen elkaar. Deze en andere scheldwoorden worden onderling getolereerd, hoewel dat natuurlijk niet zo zou mogen zijn. Majoor Peter Kees Hamstra sloeg wat dat betreft de spijker op zijn kop, toen hij ooit in een interview zei: “Je mag homo zijn binnen de krijgsmacht, maar je mag het niet laten zien.” Homoseksualiteit wordt zeker getolereerd, maar nog niet altijd geaccepteerd. Wijk je af van de norm, dan kan bij Defensie werken voor sommigen best pittig zijn. Deze verandering heeft tijd nodig, maar we zijn echt op de goede weg. Ik ben bijvoorbeeld erg trots dat we in Nederland een krijgsmacht hebben waar transgender militairen wél zichzelf kunnen zijn. Dat Trump militairen die zijn land hebben gediend nu de rug toekeert, vind ik respectloos. Ik zit in het bestuur van de Stichting Homoseksualiteit en Krijgsmacht. Vanuit daar geven we veel gevraagd en ongevraagd advies over deze kwesties. Het streven is dat we de stichting uiteindelijk kunnen opheffen, maar dat zal nog wel even duren. Wat me trouwens verbaast, is dat er in Nederland nog zoveel homofoob geweld plaatsvindt. Ik kom over de hele wereld, heb veel ellende gezien, maar hier zou iedereen zich toch veilig moeten voelen om zichzelf te zijn, zou je denken. Of ik zelf hand in hand loop met mijn man? Nee, dat doen we niet, maar we zouden het ook niet laten.”

Winq Nachtwacht Thimo

Thimo Dalm

Luitenant ter zee 2 (OC) Oudste Categorie, officier, Koninklijke Marine
In dienst sinds 2009

“Aan het eind van de basisschool had ik al door dat ik ook op jongens val. Maar verliefd worden op jongens was er lange tijd niet bij. Ik dacht altijd: jongens zijn voor de lol, maar ik eindig later met een meisje. Toen ik op mijn achttiende begon met studeren aan het Koninklijk Instituut voor de Marine, zat ik nog in de kast. Op een gegeven moment werd ik voor een stage aan boord van een schip geplaatst. Daar werd ik voor het eerst verliefd op een man. We zijn bijna drie jaar samen geweest. Vrij snel na mijn coming-out ben ik een rol gaan vervullen bij Stichting Homoseksualiteit en Krijgsmacht. Mijn eigen coming-out verliep door een combinatie van persoonlijke omstandigheden en werk niet heel makkelijk. Had ik toen geweten dat de stichting bestond, dan had ik daar een hoop aan gehad. Aan de naamsbekendheid mag intern echt nog gewerkt worden, ook al bestaan we al dertig jaar. Ik ben me op werk veel comfortabeler gaan voelen sinds ik out ben. Ik doe aan militair schermen en mijn schermleraar, zelf een oud-commando, zei laatst tegen me dat hij vond dat ik veel opener en vrolijker ben sinds ik heb verteld op mannen te vallen. Dat vond ik heel mooi om te horen. Als ik alleen over straat loop, voel ik me ook veilig. Loop ik echter met een partner, dan heb ik toch ineens ogen in mijn achterhoofd. Het komt bijna nooit voor dat we in het openbaar hand in hand lopen, terwijl dat toen ik nog een vriendin had vanzelfsprekend was. Ik heb het mezelf echt afgeleerd, gek eigenlijk.”

Winq Nachtwacht JanMartijn

Jan Martijn Stout (37)

Hoofdagent, Heerhugowaard
In dienst sinds 2009

“Vrienden zeiden: ‘Weet waar je aan begint’, toen ik het roer besloot om te gooien en mijn wijnwinkel verruilde voor een baan bij de politie. Ik dacht echt dat ik op een of andere apenrots terecht zou komen. Uiteindelijk viel dat alles mee. Ja, er is weleens wat lolligheid over, maar ik ben ook niet gestikt in mijn eerste foute grap. Wat me wel verbaast, is hoe onwijs weinig openlijk homoseksuele mannen er in mijn district bij de politie werken. Ik generaliseer even, maar ik denk dat veel homo’s juist eigenschappen hebben die de politie goed kan gebruiken. Oog voor detail, empathie, gevoeligheid, emotionele reflectie. Daarbij, de functie van de politie is ook verschoven met de jaren. Ik troost vaker mensen dan dat ik sta te knokken. Ik ben zelf stagebegeleider bij de politie en zorg ervoor dat al mijn leerlingen voorlichting krijgen over LHBT-discriminatie. Het is belangrijk dat álle agenten goed om kunnen gaan met deze hatecrimes. Het moet niet zo zijn dat de roze burger alleen geholpen kan worden door de roze agent. Maar soms werkt het gewoon drempelverlagend, bijvoorbeeld wanneer een getrouwde man op een homo-ontmoetingsplek mishandeld is. In dat geval kan het fijn zijn om een gay agent voor je neus te hebben, dat scheelt een beetje uitleg. Zelf voelen mijn man en ik ons veilig op straat, we tonen ook in het openbaar genegenheid. Eén keer heb ik een vervelend incident meegemaakt. Na werk stonden een paar jongens die ik had weggestuurd van een schoolplein me op te wachten met hun scooters. Ze vielen me lastig en scholden me uit voor homo. Een van die jongens heeft uiteindelijk vierhonderd euro schadevergoeding moeten betalen. Dat geld heb ik in voorlichtingen van het COC gestopt. Mooi doel toch? Ik doe er nu wel stoer over, maar dat had wel impact hoor. Mijn werk en privéleven kwamen toen even heel dicht bij elkaar.”

Foto's: Armando Branco
Grooming: Daisy @ JDO Academy

Met speciale dank aan Ellie Lust en Jaus Müller

Dit artikel verscheen in Winq 86, januari 2018

Volg je ons al op Instagram?

Advertentie
Advertentie
Delen op

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine 105

Deze keer: Erik Mouthaan, vaders uit de kast en win een toptv

Neem een abonnement

Geef cadeau