Hans Lunter (77 jaar) is al zijn hele leven openlijk homo. “Ik ben er altijd open over geweest en er is nooit moeilijk over gedaan”, zo vertelt hij in een interview in het AD. Ook woont hij al zijn hele leven in Enschede en hij houdt van zijn stad. Daarom geeft hij in het kader van de Regenboogdagen deze week stadswandelingen, waarin hij vertelt over de geschiedenis van ‘het roze Enschede’.

In het geniep
Hoewel hij Enschede verrassend progressief noemt, moest er in de jaren zestig, begin jaren zeventig nog veel in het geniep. Waar moest je zijn, in die tijd? “De omgeving van het station en de stationsrestauratie. En de openbare toiletten bij het station natuurlijk. Daar moest je zijn, eind jaren 60, begin jaren 70. Naar die plaatsen toegaan was best spannend. Daar rustte ook wel een taboe op. Het was niet zozeer dat je je schaamde, maar het was allemaal wel in het geniep.”

Zijn wandeling voert verder langs het Volkspark, dat in de avonduren nog altijd berucht is. En achter het Industriehotel, op de plek van het huidige Griekse restaurant Olympic, was een homobar. “Je moest door de lange steeg naast het hotel en daar zat de bar. Als je aanbelde werd er eerst via een luikje gekeken wie je was. Je had natuurlijk ook via de voordeur gekund, maar dat deed je niet.”

Dolle avonden
Lunter vertelt over een van de vaste gasten van het allang gesloopte hotel De Graaff. “Een van de vaste gasten was Albert Mol. Als hij klaar was, liep hij zo aan de overkant de steeg naast het Industriehotel in. Dat waren altijd dolle avonden.”

Hij heeft ook goede herinneringen aan Hotel Zwijnenberg aan de Molenstraat, wat een van de oudste homogelegenheden was in de stad. “Daar zaten aan de achterkant de hetero’s en aan de voorkant de homo’s. Als er een nieuw gezicht binnenkwam, keken we allemaal: welke kant loopt hij op?”

Interesse?
En zo zit Lunter vol met anekdotes. Interesse? Met een beetje geluk komt er de komende dagen nog een plekje vrij. Houd daarom de website van de Regenboogdagen in de gaten.