Er was woensdagavond 9 maart tijdens het debat in de Tweede Kamer brede steun voor het wetsvoorstel van Alexander Hammelburg (D66), Laura Bromet (GroenLinks) en Habtamu de Hoop (PvdA) om lhbtq-rechten te verankeren in de Grondwet. De indieners verdedigden hun wetsvoorstel met verve. Tijdens de stemming op dinsdag 15 maart zal blijken of het wetsvoorstel de benodigde twee derde meerderheid haalt. Daarna hoeft alleen de Eerste Kamer nog in te stemmen.

Belangrijk om onze rechten te koesteren

“Het is heel goed nieuws dat Nederland de mensenrechten van lhbti personen versterkt, juist in deze tijd waarin we dagelijks zien hoe kwetsbaar democratie en mensenrechten kunnen zijn en hoe belangrijk het is om die te koesteren”, aldus COC-voorzitter Astrid Oosenbrug.

“Verankering in de Grondwet biedt een garantie dat we ook over vijftig of honderd jaar nog van onze zwaar bevochten rechten kunnen genieten”, stelt Oosenbrug. “Dat we ook in de toekomst nog kunnen trouwen, kinderen kunnen opvoeden en beschermd zijn tegen discriminatie. Ook als de politieke of maatschappelijke wind onverhoopt zou keren in het nadeel van de regenbooggemeenschap.”   

Brede steun

“We zijn er nog niet”, zegt Oosenbrug, “maar de brede steun in de Kamer brengt ons vlakbij de Grondwettelijke verankering van lhbti mensenrechten waar we al zo lang voor pleiten.” 

Verankering van LHBTI-mensenrechten in de Grondwet is al een feit in landen als Zweden, Portugal, Malta en Zuid-Afrika. Hoewel Nederland in 2001 als eerste land ter wereld het huwelijk openstelde voor paren van gelijk geslacht, is dat in ons land nog niet het geval. Mede daarom bungelt Nederland op de dertiende plaats in Europa van landen waar lhbtq-mensenrechten goed geregeld zijn. 

Twee derde meerderheid

Het parlement behandelt het voorstel om lhbtq-rechten te verankeren in artikel 1 van de Grondwet momenteel voor de tweede keer. Een Grondwetswijziging moet twee keer door de Tweede Kamer en de Senaat worden aangenomen, de tweede keer met een twee derde meerderheid.

De Tweede Kamer nam het voorstel voor de eerste keer aan in juni 2020 en de Senaat in februari 2021. Als de Tweede Kamer komende dagen opnieuw vóór het wetsvoorstel stemt, hoeft alleen de Eerste Kamer nog opnieuw voor te stemmen.

Coverbeeld: UnSplash