travel

Pride boven de poolcirkel in Noorwegen
De inheemse queer community van Noord-Scandinavië
Het is relatief goed toeven als queer in Scandinavië. Maar hoe zit dat als je daarnaast inheems bent? Vallen die identiteiten met elkaar te rijmen? Journalist Ruben Wissing zocht het uit in het noorden van Noorwegen tijdens de Sami Pride.
Mijn god, wat is het hier koud! Dat is het eerste wat ik denk als ik het vliegveld uitstap. Ik ben in Bodø (spreek uit Boe-deu), een Noors kuststadje met pakweg vijftigduizend inwoners, vlak boven de poolcirkel. En dat voel je. Het is half oktober. In Oslo, waar ik sinds april woon, zie je nu overal prachtige herfstkleuren. Hier kijk ik in iedere windrichting uit op besneeuwde bergtoppen en kan ik mijn adem zien.
Hoewel Bodø voor Nederlanders waarschijnlijk een hoog middle of nowhere-gehalte heeft – naar de dichtstbijzijnde stad kun je het best vliegen – zitten de cafés en restaurants er tjokvol. Ook veel Nederlanders weten Bodø te vinden, vertelt de plaatselijke buschauffeur, wanneer hij een accent bespeurt als ik hem in het Noors vraag naar de vertrektijd. “Die meren hier ’s zomers allemaal aan met de Hurtigruten-veerboot of een ander cruiseschip. Vanuit hier gaan ze walvis-spotten of naar de Lofoten.” Deze instagrammable eilandengroep met majestueuze bergtoppen kun je bij goed weer zien vanuit Bodø. Toch biedt het stadje zelf ook genoeg voor een meerdaags verblijf. Van moderne musea en spartelverse zalm tot parelwitte stranden, grote kans op het noorderlicht en ’s werelds sterkste draaikolken (Saltstraumen, een wonderlijk natuurverschijnsel, zoek maar op). Geen wonder dat het kleine Bodø dit jaar werd verkozen tot Culturele Hoofdstad van Europa.

Genoeg te zien en doen dus, maar ik ben hier om een andere reden. Bodø is dit weekend het toneel van de tiende editie van Sami Pride: een viering voor en door de inheemse queer-gemeenschap uit het noorden van Scandinavië. Het Sami-volk is een van oorsprong nomadische gemeenschap die al duizenden jaren leeft in de noordelijke regio’s van Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland, met een cultuur diepgeworteld in tradities van rendierhouderij, joikzang (waarin de geest van een object, mens of dier wordt opgeroepen), klederdracht (gákti) en handwerk (duodji). Hoeveel inheemsen er vandaag de dag precies zijn is onduidelijk, maar de schattingen liggen tussen de tachtig- en honderdduizend, waarvan de helft in Noorwegen woont. Bodø, of Bådåddjo in het Lule-Samisch, een van de negen Samische talen, ligt in het hart van Sami-leefgebied.
Bodø oogt als een typisch Noorse stad: het kleine centrum is een mix van hypermoderne gebouwen en schattige houten huisjes in alle kleuren, de winkels zitten verstopt in een groot, grauw winkelcentrum (vanwege de kou) en op iedere hoek van de straat kun je pølser (Noorse hotdogs) scoren. Bovendien vraag ik me af: waar zijn alle Pride-vlaggen en -posters? Ik tel er na een flinke wandeling welgeteld nul. Een nietsvermoedend dagjesmens zou geen idee hebben dat hier later vandaag een Pride-feest losbarst.
bodø oogt als een typisch noorse stad: een mix van hypermoderne gebouwen en schattige houten huisjes in alle kleuren.
ruimte opeisen
Sinds 1989 heeft Noorwegen een Sami-parlement, een democratisch gekozen bestuur dat zich onder andere inzet voor de bescherming van de Samische talen, media en schoolprogramma’s – al valt het wel onder het Noorse parlement. Daarom heeft het vooral een adviserende rol, waardoor er in Oslo niet altijd naar wordt geluisterd.

De Sami zijn verspreid over vier landen in kleine gemeenschappen van vaak maar enkele honderden mensen. Lang waren de Sami het niet gewend zich te kunnen (lees: mogen) uitdrukken. Het volk heeft te maken gehad met 300 jaar onderdrukking en ‘vernoorsing’. Vanaf eind negentiende eeuw voerde Noorwegen een strenge assimilatiepolitiek, waarbij Sami-kinderen op speciale internaten verplicht Noors moesten spreken. Hun eigen taal en cultuur (waaronder de spirituele joik-zang) werd verboden. Tot ver in de twintigste eeuw werden hun talen niet erkend, mochten ze geen land bezitten, werd hun leefgebied afgenomen en was werk vinden praktisch onmogelijk, tenzij ze als Noren door het leven gingen. In Zweden, Finland en Rusland was de situatie vergelijkbaar. Pas in de jaren zeventig kwam daar verandering in, en werden er stukje bij beetje meer rechten toegekend aan het arctische volk, na wereldwijde aandacht voor het protest tegen de bouw van een waterkrachtcentrale middenin inheems leefgebied. Toch was het assimilatieproject tegen die tijd al grotendeels ‘geslaagd’. Het is daarom onduidelijk hoeveel Sami er vandaag de dag precies zijn. Veel ouders hebben destijds uit angst hun taal en cultuur verzwegen. Hun kinderen hebben Noorse namen, spreken alleen Noors en weten niets over hun etnische achtergrond.
hij/zij/son
Binnen de Sami-gemeenschappen een discussie aanzwengelen over gender- en seksuele identiteit voelde lang als voorbarig. Het grote thema was: wat is de juiste manier om Sami te zijn, zo vertellen de queer Sami met wie ik spreek tijdens mijn verblijf. Moet je rendieren houden? Moet je de Sami-talen spreken of is Noors of Zweeds ook oké? Draag je traditionele kleding? Toch is er sinds de millenniumwisseling veel veranderd op lhbtiqa+-gebied. In het Sami-parlement, dat onder andere beslist over het curriculum op Sami-scholen (waarin bijvoorbeeld seizoensgebonden onderwijs wordt gegeven, rekening houdend met de rendiertrek), zijn meerdere openlijk queer politici actief.

Sinds een aantal jaar bloeit de queerscene op. De jongere generatie trekt de kar en is niet meer bang. Zo experimenteren ze met genderneutrale gákti. De gákti voor mannen bevat traditioneel gezien wat meer sobere kleuren en eenvoudige borduursels, tegenwoordig dragen jonge mannen ze in alle kleuren en worden ze vaker versierd met sieraden en complexe, ‘vrouwelijke’ motieven. Ook organiseren jongeren dragshows op inheemse festivals en spreken ze zich uit over de rechten van de transgemeenschap, want op dat gebied valt er nog veel te winnen. Zo krijgen trans personen te maken met haatopmerkingen, raken ze vaker dan gemiddeld in een sociaal isolement, en is het voor Noren nog niet mogelijk hun geslachtsregistratie te wijzigen in het paspoort. De Samische talen zijn overigens van nature wel genderinclusief. In tegenstelling tot het Noors, gebruiken zij geen 'hij' of 'zij'. Iedereen is 'son'.
tegenwoordig dragen jonge mannen de klederdracht in alle kleuren en wordt die vaker versierd met ‘vrouwelijke’ motieven.
Als ik later die dag de openingsceremonie van de Pride bijwoon in het Nordlandmuseum, pal naast de domkerk, zie ik die vrijzinnige jeugd in actie. Er zijn een stuk of veertig bezoekers, onder wie veel jongeren. De een volledig in traditionele kleding, de ander in een latex-variant, in de kleuren van de non-binaire vlag, of met Palestijnse keffiyeh om hun nek. Iedereen lijkt elkaar te kennen. We staan te midden van een queer Sami kunstexpositie, waarin onder andere oude én moderne bruidsklederdracht centraal staan. De avond vult zich met emotionele joik-optredens, een spicy burlesque-performance en een drietal speeches van trotse queer sami.
pride zonder poespas

Naderhand loop ik een van de Pride-organisatoren tegen het lijf. Tatjana Kolpus is voorzitter van de stichting Garmeres (‘trots’ in het Samisch). Garmeres organiseert de Pride ieder jaar. “En dat allemaal zonder investeerders, het is echt door en voor de gemeenschap.” Qua omvang is het evenement onvergelijkbaar met Pride Amsterdam, er zit maar een handjevol mensen in de organisatie. Zo werd het programma pas twee dagen geleden gepubliceerd. Kolpus is blij dat deze jubileumeditie in Bodø plaatsvindt. “Juist hier aan de westkust, waar de vernoorsing het effectiefst was en veel christenen wonen, is het belangrijk om onszelf te laten zien.” Zelf groeide ze op in Tromsø, in het topje van Noorwegen, met twee moeders. “Bij ons thuis was queer zijn normaal, maar buiten werden we veroordeeld.” Dat weerhield haar er niet van om overal zichzelf te zijn. Ze wijst naar haar sieraden. “Klederdracht versieren met sieraden werd vroeger gezien als uiting van queer zijn. Toen schaamde ik me ervoor, nu draag ik het met trots.” Terwijl de meeste bezoekers na de openingsceremonie een feestje bouwen, besluit ik Keiservarden te beklimmen, een simpele hike naar een bergtop vlak bij de stad. Op de top heb ik een 360-graden uitzicht en kan ik kilometers ver kijken over land en zee. Los van de gierende poolwind is het hier muisstil. Ik probeer me voor te stellen hoe het leven hier was vóórdat zo veel Noren zich hier vestigden. Destijds zag je geen lichtjes van de stad of luchthaven, maar ongerepte natuur waarin ’s nachts alleen het noorderlicht te zien is. Helaas vormt zich boven mij een reusachtig wolkendek, dus het noorderlicht zit er vanavond niet in. Onverrichter zake keer ik terug naar mijn hotel.
natte solidariteitsmars
Dag twee begint met een kleine domper. Precies wanneer de Pride-mars op het punt van beginnen staat, komt de regen met bakken uit de hemel. Toch verzamelen zo’n veertig mensen zich op het centrale plein van Bodø. Ondanks (of misschien wel vanwege) de regen, oogt iedereen bijzonder strijdlustig. Ik heb behoorlijk wat demonstraties meegemaakt in mijn leven, maar zelden hoorde ik mensen zo hard schreeuwen om hun rechten. ‘Land back!’ (een bekende protestleus voor inheemse volkeren wereldwijd), ‘No Pride in Genocide!’, ‘Free Free Palestine!’ Veel leuzen gaan over Palestina. Ik raak aan de praat met Maya, een student uit Oslo met roots in de buurt van Bodø. “We voelen ons sterk verbonden met het lot van de Palestijnen, juist omdat wij weten hoe het is om gekoloniseerd te zijn.” Ook benoemt ze Fosen, een reusachtig windpark dat de Noorse overheid in 2018 liet aanleggen in beschermd Sami-gebied. Ondanks grote demonstraties en uitspraken van de Noorse rechter dat het niet mocht, draaien de wieken nog altijd. “Een Israëlisch bedrijf heeft daar onlangs in geïnvesteerd. Dat versterkt onze steun voor Palestina alleen maar.” Mensen langs de kant kijken stomverbaasd op wanneer we hen passeren. “Veel Noren zijn onwetend over onze strijd. Of ze vinden ons irritant, zeggen dat we moeilijk doen”, aldus Maya. In Oslo zou ze daarom niet in haar gákti over straat lopen. “Dan krijg ik nare opmerkingen, word ik uitgelachen of wordt er nep gejoikt.”

Ik krijg de indruk dat jonge queer Sami meer worstelen met de expressie van hun Sami-identiteit dan hun queer identiteit. Iemand die dat beeld bevestigt, is Ole-Henrik Bjørkmo Lifjell, ook bekend onder zijn artiestennaam ÅVLA (Zuid- Samisch voor Ole). Een goedgemutste zanger, danser, acteur en politicus uit Oslo met een ‘Land Back’-petje, die later vanavond een Pride-concert geeft. We ontmoeten elkaar in de lobby van het hotel waar we allebei verblijven, een uur voor zijn optreden. “Ik hoor het heel vaak van andere jonge Sami: we voelen ons slecht als we aan onze persoonlijke worstelingen denken, omdat dat de aandacht afleidt van de ‘echte’ problemen van onze gemeenschap.
“elke keer als ik terugga naar mijn familie, voel ik: dit is waar ik thuishoor”
De collectieve belangen van Sami komen altijd op de eerste plaats,” zegt Bjørkmo Lifjell enigszins beschaamd. Dat wil niet zeggen dat innerlijke worstelingen, coming-outs, en homo-en transfobie geen obstakel vormen. Bjørkmo Lifjell groeide op in Bleikvassli, een inheems dorp met zo’n 300 inwoners, op drie uur rijden van Bodø. Hij kwam op zijn vijftiende uit de kast als gay. Hoewel zijn gezin hem steunde, ervoer hij in de gemeenschap toch een onuitgesproken afkeuring en voelde hij zich niet op zijn plek. Lifjell vertrok een paar jaar later naar Oslo, voor zijn studie aan de dansacademie. “Ik ging helemaal op in het stadse leven”, vertelt de zanger. Tegelijkertijd keerde hij zijn cultuur de rug toe, want die zou onverenigbaar zijn met zijn seksualiteit. “Ik ging niet naar evenementen, bezocht geen verre familieleden en sprak de taal niet meer. Ik had vrijheid nodig om te ontdekken wie ik was.”
getrainde hokjesdenker
Van lange duur was Bjørkmo Lifjells ‘pauze’ niet: hij miste zijn thuis. “Op de dansacademie werden we getraind om in hokjes te denken. Ik stelde ooit voor om een choreografie te doen in een ronde ruimte, zoals een traditionele Sami-hut. Dat idee werd genadeloos afgeschoten. ‘Zo doen wij dat hier niet’, kreeg ik te horen.” Hoewel hij in Oslo bleef wonen, liet Bjørkmo Lifjell stapsgewijs weer elementen van en mensen uit de Sami-cultuur toe in zijn leven. Zo begon hij een zangcarrière in het Zuid-Samisch (een bedreigde taal die maar door 500 mensen wordt gesproken), gebruikt hij joik in zijn liedjes, werd hij voorzitter van de jongerenraad in het Sami-parlement en hielp hij bij onderzoek naar de mentale gezondheid onder Sami-jongeren, een onderwerp dat hem persoonlijk raakt. “Mijn broer heeft suïcide gepleegd”, deelt hij. “En hij is niet de enige, er zijn opvallend veel jonge Samimannen die uit het leven stappen.” Omdat Noorwegen geen etniciteit registreert, zijn er geen harde cijfers over bekend, maar toch wisten ze veel informatie te verzamelen voor het onderzoek. “De mannen praten vaak niet over hun mentale problemen”, aldus Lifjell. Een duidelijke verklaring is er niet, al wijst hij op het feit dat de mentale gezondheidszorg in Noord-Noorwegen te wensen over laat: “Het is lastig om een psycholoog te vinden die Samisch spreekt. En als je er al een vindt, is de kans groot dat het je oom of neef is. Dat verhoogt de drempel.”
Lifjell benadrukt hoe belangrijk het is om veilige plekken te creëren, juist voor queer personen. Des te verdrietiger is het dat er bij de Pride bezoekers zijn uit Noorwegen, Zweden en Finland, maar niet uit Rusland. De artiest, die in heel Noord- Europa optreedt, heeft sinds de oorlog in Oekraïne nog maar weinig contact met de Russische flank. “Ik ben ooit in een Sami-dorpje geweest in de buurt van Moermansk. Dat was echt een totaal andere, grimmige wereld. Daar voelde ik dat ik niet kon zeggen dat ik queer ben. Niet vanwege de Sami, dat lag aan de Russische maatschappij eromheen.” Volgens Maya, die ik eerder vandaag sprak bij de Pridemars, zitten queers daar in een driedubbele gevangenis: “Ze komen Rusland niet zomaar uit, Sami worden door de Russische staat gezien als extremistisch en als queer worden ze er al helemaal niet beschermd.”
springlevende tweestrijd
Vanavond wordt de Pride afgesloten met een avond vol muziek en dichtkunst. In een klein afgehuurd zaaltje in het centrum tref ik de veertig inmiddels usual suspects van de voorgaande evenementen. Ik voel me geen indringer, maar juist een welkome gast. Ik haal een biertje en nestel me op een van de vele dierenhuiden die zijn uitgestald. Als eerste betreedt Timimie Märak, een dichter en activist uit Stockholm, het podium. Ik zag Märak eerder op de dag bij de Pridemars, waar hen de longen uit hun lijf schreeuwde voor gelijke rechten. Hen draagt een kleurrijke gákti met diep decolleté, een wet hair look en felrode lippenstift. “Choose her or my culture, it’s like asking me to breathe or to read”, zegt Märak, een keer of zes, waarna een knap staaltje slam poetry volgt in het Engels en Zweeds. Tijdens het optreden zie ik wat voo bijgangers door het raam gluren. Er wordt geseind dat ze binnen mogen komen, maar in plaats daarvan kijken ze naar de Pride- en Sami-vlaggen, barsten ze in lachen uit en lopen ze door. De tweestrijd die Märak schetst in hun gedicht, is springlevend onder jonge queer Sami: kun je deze twee identiteiten wel met elkaar verenigen en gelukkig zijn?

Bjørkmo Lifjell lijkt daar voor zichzelf een antwoord op te hebben gevonden. Hij speelt deze avond onder andere nummers van zijn laatste album Gaskem (‘ertussenin’), waarin hij – in verschillende genres –zowel joikt als zingt, in het Noors en Zuid-Samisch. “Het is mijn manier van verzoening met mezelf. Althans, zo voel ik het nu. Misschien maak ik over een paar jaar betekenisloze hyperpop of verdrietige countryliedjes, wie weet”, zegt hij na afloop. Tijdens zijn optreden glimlacht hij van oor tot oor, hij lijkt één met het publiek. Achteraf vraag ik hem of hij ooit terug zou verhuizen naar zijn geboortegrond. “Ik denk er al een poos over na. Elke keer als ik terugga naar mijn familie, voel ik: dit is waar ik thuishoor. De geur van drasland, het weidse uitzicht, échte natuur, dat heb ik nodig om creatief te zijn. Hoezeer ik ook van Oslo ben gaan houden, goede liedteksten komen niet tot me als ik op beton loop en naar grijze gebouwen kijk.” Het liefst zou hij zijn stadse vrienden meenemen naar het noorden, maar dat lijkt hem onrealistisch. Misschien met een toekomstige Samipartner? “Ik heb nog niet eerder met een Sami gedatet, maar ik sta ervoor open”, zegt hij met eengrijns.
Diezelfde avond stap ik in het vliegtuig, terug naar Oslo. Wanneer we boven de wolken uit stijgen, zie ik eindelijk het noorderlicht. Oké, een mini-glimp door een vliegtuigraam. Toch voelt het magisch, als een grote Pride-vlag die eigenlijk in Bodø had moeten wapperen.