Opinie

Mogen wij a.u.b. voor onszelf spreken?

De scheve berichtgeving over LHBTQ's

Leestijd: 11 minuten - door Mounir Samuel op 10 juni 2018

Mounir Samuel nam de berichtgeving over de LHBTQ-gemeenschap in de Nederlandse media kritisch onder de loep. "Over homo's, lesbiennes en transgender personen wordt vooral door derden geschreven, tenzij er sprake is van een rel. Dan krijgt een enkeling opeens het woord om namens de hele groep te benadrukken dat het allemaal echt wel meevalt."

Wanneer ik op 6 maart het NRC opensla, moet ik even met de ogen knipperen. De klassieke avondkrant van Nederland bericht over de massale vernieling van de abri's in bushokjes waarin de onderhand befaamde reclame van Suitsupply te zien is. De publieke ophef over de reclame en de bekladding van de posters vind ik in vele opzichten opzienbarend. Zo ook deze krantenkop: ‘Tientallen reclameborden met homo-erotische posters beschadigd’.

Voor mijn oog doemt het beeld van Duitse Euro-porno van Oost-Berlijns kaliber op, met strakke lederhosen, onbesneden fallussen en vooral veel lederen zweepjes. Vreselijk onbetamelijk inderdaad, zo’n reclamecampagne. Nu is Suitsupply al jarenlang bekend vanwege de meest pikante advertenties, op z’n zachtst gezegd. Seksisme, zo zou je het ook kunnen noemen. Witte mannetjes die van een gigantische welgevormde borst van een zwarte dame glijden. Naakte blondines die haast kwijlend richting mannen in pak zwemmen. Er ging geen abri aan diggelen. Maar wanneer het bedrijf na al deze vrouwonvriendelijke reclamecampagnes besluit schone sier te maken door twee witte mannen elkaar verkrampt – en in een haast onmogelijke pose – een zoen te laten geven, noemt men dit opeens homo-erotica. Al decennialang komen in Nederlandse reclames en advertenties met kussende heterokoppels voor. Ook lichamelijk bloot of andere meer en minder subtiele vormen van erotiek zijn eerder norm dan uitzondering. (Half)naakte vrouwen die mannen bekruipen, bespringen en half verslinden? Lang leve het Axe-effect en ja, dus ook de gladde heren van Suit­supply. Maar een mannenkus heet dus porno.

Laat dit nu precies de denkwijze zijn die achter de vernieling van zo veel hokjes schuilgaat. De kop van NRC geeft de boze abribekladders impliciet gelijk. Als rechtschapen burger ben ik immers ook tegen erotica in bushokjes (hetero of anderszins). Maar dit is een kus. Een kus waar in het geval van een heterokoppel of lesbisch stel geen bushokje voor vernield zou worden, tenzij wellicht om de lesbische poster te stelen. Belangrijker echter is dat NRC met de keuze voor het woord homo-erotica de koppeling tussen homoseksualiteit en seksueel pervers gedrag opnieuw versterkt.

De krantenkop gaf te denken. Het was namelijk niet voor het eerst dat ik me stoorde aan de aard en toon van de berichtgeving over een LHBTQ-gerelateerde kwestie. In de afgelopen jaren hebben veel mainstream media steeds meer aandacht gegeven aan roze vraagstukken. Over transgender personen ontstond zelfs een ware hype. Ook nam de aandacht en berichtgeving over homogeweld een vogelvlucht. Goede ontwikkelingen? Wellicht, maar niet wanneer er in veel krantenartikelen en nieuwsitems gebruikgemaakt wordt van sterke framing – oftewel: een duidelijke, sturende toon (en vorm) waarop onderwerpen worden aangevlogen – en impliciete stereotypering, waarbij bestaande karikaturen over bijvoorbeeld homomannen worden bevestigd.

Over homo's, lesbiennes en transgender personen wordt vooral door derden geschreven, tenzij er sprake is van een rel.

Ik besloot de berichtgeving over de LHBTQ-gemeenschap in de Nederlandse media eens goed onder de loep te nemen. Het leverde een oogst aan insinuerende koppen en pijnlijke missers op, maar toonde ook een aantal scherpe trends die ik aan de hand van concrete voorbeelden zal illustreren. Zo viel op dat over LHBTQ’s heel vaak als out-group wordt geschreven, in tegenstelling tot de heteroseksuele cisgender in-group. Uit de formulering van de artikelen blijkt dat LHBTQ’s zelf niet als de lezer of nieuwsconsument worden beschouwd en er vanuit het perspectief van de buitenstaander over hen wordt bericht.

Over homo's, lesbiennes en transgender personen wordt vooral door derden geschreven, tenzij er sprake is van een rel. Dan krijgt een enkeling ineens het woord om namens de hele groep te benadrukken dat het allemaal echt wel meevalt. Ditzelfde mechanisme zagen we terug in alle landelijke media rond de genderneutraleitskwestie van Gemeente Amsterdam en NS, waarbij vooral transgender personen aan het woord werden gelaten die maar wat graag als ‘mevrouw’ en ‘meneer’ zouden worden aangesproken. Nu is altijd de vraag in hoeverre de mening van één voor allen geldt. Maar transpersonen worden als inwisselbare eendimensionale groep gezien. Daarnaast zijn zij niet degenen op wie het genderneutraliteitsvraagstuk het meest betrekking heeft. Een transgender persoon heeft immers een duidelijke gendervoorkeur. Een non-binair, agender of queer persoon die zich niet specifiek als man of vrouw definieert, heeft dat niet. Het is dan ook vooral de laatste groep op wie genderneutraliteit betrekking heeft. Maar deze mensen worden niet aan het woord gelaten. Veel te ingewikkeld allemaal.

Overigens zien we hetzelfde in berichtgeving rond de Zwarte Piet-kwestie, waarin telkens weer die ene zwarte enkeling aan het woord wordt gelaten die Zwarte Piet wel alleraardigst zou vinden. Dat heet afkopen van het witte heteroseksuele cisgender-geweten.

De homo als onderzoeksobject

In vrijwel alle berichtgeving staat één frame centraal: dat van slachtoffer. De homoman als slachtoffer van homogeweld. De LHBTQ-asielzoeker als slachtoffer van oorlog, verstoting en opnieuw homogeweld (maar niet van ons inhumane asielbeleid dat veel LHBTQ-vluchtelingen als ‘niet gay genoeg’ bestempelt en simpelweg terugstuurt). De transgender persoon als slachtoffer van zichzelf. En de heteroseksuele man als slachtoffer van zijn bij nader inzien lesbische ex-vrouw.

Dan is er de obsessie met neuropsychologie. Transgender personen zijn in veel gevallen een vreemd, biologisch fenomeen waarbij niet de reflectie op man-vrouwverhoudingen in de samenleving, maar het ‘voor’ en ‘na’ en ‘zoek de verschillen’ centraal staat. Maar ook homo’s blijken anno 2018 in veel artikelen nog steeds een interessant onderzoeksobject.

Zo is daar VICE, het hippe online-platform dat van LHBTQ-kwesties z’n ware merknaam maakt. Zij lijken beter dan andere mainstream media door te hebben dat LHBTQ-vraagstukken leven onder jonge generaties. Ze hebben een breed scala aan stukken over de meest uiteenlopende queer gerelateerde zaken. Wie oplet, schrikt echter van de vreemde obsessie met biologisch deterministische feitjes van het medium. Want wat moet de lezer nu denken van: ‘We spreken een man die homo werd van een beroerte.’ Blijkbaar neemt de redactie van VICE homoseksualiteit als medische aandoening zeer serieus.

De hetero-obsessie met de gaydar blijft een haast even groot mysterie als de gaydar zelf.

Ook was er de kop: ‘Waarom lopen wij homo’s zoals we lopen?’. Wat een satirisch stuk over koppige karikaturen had moeten zijn – ‘Oh ja, die homo’s ja, die lopen altijd zo raar, even lezen dus!’ – werkt helaas pijnlijk stigmatiserend. Allereerst die ‘wij’. Daarmee benadrukt het medium bij voorbaat dat de auteur zelf ook homoseksueel is en dus als legitiem boegbeeld van zijn subcategorie van de mensheid een collectieve verbazing vertolkt. In het artikel schrijft de journalist in kwestie weliswaar over hoe pijnlijk het is om ‘zoals de meeste homo’s’ op zijn opvallende loopje te worden gewezen, maar probeert hij via wetenschappelijk onderzoek toch te verklaren wat nu de reden van dat ‘aparte’ lopen is. Wat het nut is van een dergelijk artikel, anders dan dat de koppeling tussen iemands fysieke voorkomen en geaardheid weer opnieuw stevig is verankerd in de frontale hersenkwab, is me onduidelijk.

In datzelfde licht vroeg de inclusieve redactie van VICE zich overigens ook af ‘waarom homo’s gay klinken’. I rest my case. Fijn om te weten dat dit platform zich zo inspant de homo aan de hand te nemen in zijn eigen verwarring over zijn schijnbaar afwijkende uiterlijke gedragingen en voorkomen.

Het reduceren van homoseksuele mannen tot vreemd onderzoeksobject en afwijkend biologisch gegeven is overigens iets waar ook een krant als de Volkskrant zich soms schuldig aan maakt. De zelfverklaarde ‘krant van vandaag’ stelt een prangende vraag: ‘Waarom denken we zo zeker te weten dat die ene heteroman toch echt gay is?’ De hetero-obsessie met de gaydar blijft een haast even groot mysterie als de gaydar zelf. Voor homo’s zelf is dit stuk duidelijk niet geschreven.

Het goede nieuws is dat het bestaan van de homoseksuele man is ieder geval een vaststaand gegeven lijkt. Anders dan de lesbienne of biseksuele vrouw, waarover nauwelijks wordt geschreven. Moeizame uitzondering vind ik in zogeheten vrouwenbladen waarin de focus ligt op zogeheten ‘hetero’-meiden die vol spanning vertellen weleens gezoend te hebben met hun beste vriendin. In september 2017 spande LINDA.meiden daarin de kroon door twee zelfverklaarde hetero-meiden zoenend op de cover te zetten en vervolgens in een kort interview op hun ‘spannende’ avontuur te laten reageren. Ze haastten zich te zeggen ‘een liefdesbaby te willen met hun vriendje’. Blijkbaar hebben al die lesbische moeders dus geen liefdesbaby’s. En dat hardnekkige idee dat lesbisch-zijn een fase is? Dat werd dus weer mooi bevestigd.

In ieder persoonlijk interview word ik door journalisten nog bevraagd op mijn huwelijk met mijn ex-man, alweer zoveel levens terug.

In een hokje

Gelukkig zijn er de showbizzpagina’s. Die hebben het vooral druk met schrijven over ‘lesbische laatbloeiers’ en de pijnlijke scheiding van manlief. Denk bijvoorbeeld aan smakelijke koppen als: ‘Doriens moeder kwam na twintig jaar huwelijk uit de kast’ (lesbisch-dossier Vrouw, De Telegraaf), ‘Dochter Jackie Chan onthult lesbische liefde’ (ook weer De Telegraaf) en ‘Jay-Z in tranen om lesbische moeder’ (en ja hoor, De Telegraaf). In de Volkskrant vraagt een gepijnigde Peter Middendorp zich af waarom een oude liefde altijd maar wilde knuffelen. ‘Ze hoefde toch niet lesbisch tegen mij te zijn? Ik was toch helemaal geen vrouw?’

Interessant is dat de aandacht zich vooral richt op de achtergebleven mannelijke ex en het verdere schrijven de coming-out behelst. Het was bij mij niet anders. In ieder persoonlijk interview word ik door journalisten nog bevraagd op mijn huwelijk met mijn ex-man, alweer zoveel levens terug. Geen woord over de relaties die ik daarna kreeg. Blijkbaar werd mijn liefde voor vrouwen niet als noemenswaardig beschouwd of zou het heteroseksuele lezerspubliek zich daar minder aan kunnen relateren. Opvallend detail: nu ik publiekelijk door het leven ga als man, willen mensen wél weer over m’n liefdesleven weten.

Over berichtgeving rondom transgender personen en genderqueers zou eigenlijk een hele artikelreeks geschreven kunnen worden. Trans is the new gay, à la autumn is the new spring. Meer dan een mediahype, zijn transgender personen een fenomeen. In de berichtgeving worden mensen met een fluïde genderoriëntatie die zichzelf definiëren als queer of non-binair en zich niet thuis voelen in het hokje ‘man’ of ‘vrouw’ vaak gelijkgesteld aan transpersonen, die juist een zeer uitgesproken genderidentiteit hebben. Zo mag ik al drie jaar uit de kast zijn als Mounir en genderqueer; media willen van geen queer weten en zetten mij te pas en onpas in lijstjes met ‘transgenders’. Het blijft een bevreemdende en vaak ook pijnlijke ervaring mezelf in kranten als Trouw terug te zien zonder alvorens van de publicatie op de hoogte te zijn.

Na lezing van dit artikel over de moord op een transvrouw wist ik niet of ik moest kotsen, gillen of huilen.

Vanzelfsprekend is het beeldmateriaal in de berichtgeving rond transgender personen erg belangrijk, want in de trant van tv-programma’s als Hij is een Zij (KRO-NCRV) of de recente fotoshoot van een transman ‘met de duurste piemel van de stad’ (Het Parool) draait het bij transgender personen altijd om de fysieke verandering. Twee frames spelen daarbij een dominante rol. Allereerst het eerder aangegeven slachtofferschap en diepe ongeluk van de transgender persoon tot het moment van fysieke verandering (daarna is alles pais en vree). Ten tweede is er het frame van de transgender persoon als fraudeur. In dat laatste frame is de centrale vraag of de transgender persoon echt is wie hij of zij zegt te zijn en in hoeverre het publiek oordeelt dat de persoon in kwestie ‘passable’ is voor de aangegeven genderoriëntatie. Daarbij gaat alles om uiterlijke verandering. Is de stem te laag (of hoog) en de adamsappel te zichtbaar? Lachen, gieren, brullen en vooral heerlijk smullen zonder jezelf af te vragen wat wij als samenleving überhaupt van de hokjesman en -vrouw hebben gemaakt.

Eerder schreef ik al uitgebreid over het tenenkrommende krantenartikel in de Gelderlander, naar aanleiding van de moord op transvrouw Bianca in Arnhem. Van kop tot staart wordt niet van een transgender persoon gesproken, maar van een transseksueel. Een term die door iedere transpersoon gemeden wordt, omdat het uitsluitend betrekking heeft op de seksuele geslachtsoperaties. Het slachtoffer, Bianca, leeftijd onbekend, wordt ‘een zogeheten transvrouw’ genoemd. Mocht het ‘zogeheten’ al vragen oproepen, dan is dit nog niets bij de inhoud in de daaropvolgende alinea’s. ‘Het slachtoffer is een man met vrouwelijke kenmerken.’ En verder: ‘In vrijwel alle gevallen gaat het bij transseksuelen die in de seksbusiness actief zijn om mannen die er door operaties en laserbehandelingen van top tot teen uitzien als vrouw. Ze hebben hun mannelijk geslachtsdeel behouden.’ De moord was al tragisch, maar na lezing van het artikel wist ik echt niet of ik kotsen, gillen of huilen moest.

Een dergelijke formulering moge nog onbewust onbekwaam heten. Maar de rel rond het stuk over de Gelderlander was groot. Evengoed besloot de redactie het online artikel nooit te wijzigen of anderszins op de kritiek te reageren. Dit heet dus ondertussen op z’n minst bewust onbekwaam. De starre houding van het regionale dagblad vormt geen uitzondering. Ook andere kranten blijken niet of nauwelijks bereid de toon van hun artikelen of de koppen van hun stukken aan te passen, zelfs wanneer de virtuele ophef daarover groot is.

Overigens bestaat er een heuse stijlgids voor de media, ontwikkeld door Trans Netwerk Nederland. Ook heeft het COC allerlei richtlijnen voor de media opgesteld. Toch blijven koppen als ‘Jonan (12) wil graag een meisje worden’ (NOS) schering en inslag. Voor de duidelijkheid: Jonan ís een meisje. Ze wil dat niet worden. En nee, het is geen keuze. Alleen het actief aangaan van een fysieke transitie mag ‘een keuze’ worden genoemd, hoewel voor velen zelfs die keuze onvermijdelijk is.

Eenkennige redacties

Trouw dan. Het dagblad schrijft meer over transgender personen dan welke andere krant ook en kopt: ‘Forse toename aantal transgenders’. Er bestaat natuurlijk niet zoiets als een toename van het aantal transgender personen. Wel zijn er meer mensen die fysiek in transitie gaan. Maar voor het dagblad ben je blijkbaar pas transgender als je dat laatste doet. Door deze ongenuanceerde formulering impliceert Trouw dat er sprake is van een keuze die steeds meer mensen zouden overwegen.

Uiteraard stonden de kranten vol met commentaren rond de rel rondom Voetbal Inside. Opmerkelijk was dat vooral De Telegraaf een hele trits transgender personen en homoseksuele BN’ers optrommelde om vooral te benadrukken dat de grap van Van der Gijp echt niet kwetsend was. Zo was daar het artikel: ‘Transgender snapt VI wel’. Alle ‘transgenders’ die de grap niet begrepen, werden voor het gemak niet aan het woord gelaten. ‘Transgender Monica: ‘Ophef over van der Gijp overdreven.’’ De dag dat een dergelijke kop met ‘Transgender Mounir’ verschijnt, wil ik graag ook een eigen 0900-nummer. En altijd fijn om te weten: ‘Gerard Joling gierde om transgendergrap VI’. Oh, dus als hij lacht, mag de rest van Nederland dat ook.

Eerlijkheid gebied te zeggen dat de aangehaalde koppen en stukken slechts exemplarische illustraties zijn. De daadwerkelijke lijst van artikelen met een vertekende toon en inhoud is helaas nog een stuk langer. En dan heb ik het nog nauwelijks over radio en tv gehad.

Suitsupply snapt dat de klant allang niet meer uitsluitend wild wordt van een goed stel tieten.

Media werken vrijwel uitsluitend probleemgestuurd, zeker als het om LHBTQ-vraagstukken gaat. Wellicht dat in dat laatste wel de grootste winst te behalen valt. Want constructieve journalistiek laat graag ruimte voor oplossingen, antwoorden, gelaagdheid, het blootleggen van onderliggende patronen en een flinke dosis zelfkritiek.

Als dit korte overzicht iets onderstreept, is het wel het belang van artikelen en verhalen vanuit de gemeenschap zelf en de noodzaak tot het openbreken van de eenkennige en eenvormige mediaredacties. Het wordt daarnaast hoog tijd dat media zich realiseren wie nu eigenlijk de kijker of lezer is. De moderne mediaconsument is niet alleen wit, cisgender en heteroseksueel. Verre van. Om als LHBTQ-persoon voortdurend artikelen over jezelf (en anderen) te lezen, waar je geen enkele inbreng en zeggenschap over hebt en die niet specifiek aan jou gericht zijn, mag op z’n minst schizofreen heten en toont een totaal gebrek aan erkenning voor je duurbetaalde abonnementsgeld.

Misschien is nog wel het opvallendst waar vooral niet over wordt geschreven: mooie initiatieven, de diversiteit van verschillende groepen, de gelaagdheid van de meeste LHBTQ’s, het belang van religie, kleur en afkomst, de fluïditeit der dingen en uiteindelijk al die gemeenschappelijke identiteiten die wij als burgers van dit land van welke geaardheid, geslacht of genderoriëntatie dan ook met elkaar delen. Maar een homoseksuele transman? Een lesbische aseksueel? Een panseksuele queer? Je moet wel kiezen hoor, anders is het veel te ingewikkeld. (En waag het vooral niet te gelukkig te zijn!) Nuance wordt al snel als te complex beschouwd. Dat zou de lezer allemaal niet begrijpen. Maar die lezers? Die zijn wij. Wat dat betreft lijkt het pr-team van Suitsupply de tijdsgeest een stuk beter te begrijpen. Zij snapt in ieder geval dat de klant allang niet meer uitsluitend wild wordt van een goed stel tieten.

Illustratie: Martyn F. Overweel 

Advertentie
Advertentie

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine #91

Deze keer: acteur Majd Mardo, Michiel van Erp en een Berlin special

Neem een abonnement

Geef cadeau