Nachtvlinder

“We gaan niet meer naar de gaybar om andere homo’s tegen te komen”

Robbert Kalff zet Utrecht op stelten

Leestijd: 4 minuten - door Martijn Tulp op 03 november 2018

Hij runt een bar, stond aan de wieg van de Utrecht Canal Pride, trok draglegende Dusty aan haar bh-bandjes terug het podium op én is vastberaden om een discofeest op de kaart te zetten. Hij heeft het er maar druk mee! Gelukkig maakte Robbert Kalff (48) tijd om met ons te praten.

Wat deed je hiervoor?
“Ik was altijd al actief in de hospitality, van gastheer bij een casino tot accreditatie op beurzen en congressen. Ik was ook actief als dj, maar daarmee heb ik moeten stoppen toen ik met Café Kalff begon. Als je een goede dj wil zijn, moet je je zeker twee dagen per week met muziek bezighouden, en dat gaat gewoon niet. Toen ik Kalff begon had ik in 20 verschillende horecagelegenheden gewerkt, en dan tel ik niet eens de afwasbaantjes mee.”

Was een carrière in de hospitality wat je vroeger al wilde?
“Ja, ik denk het wel. Ik deed middelbare school, maar daar ging ik eigenlijk nooit heen. Ik spijbelde veel, maar heb toch m’n examen gehaald. Daarna moest ik iets. Omdat ik écht niet wist wát, heb ik twee jaar kapperschool gedaan. Dat leek me wel leuk, iets met haar. Tijdens de kapperschool ben ik de horeca ingerold. Aan het eind van de opleiding, toen ik wist dat ik juist liever verder wilde in de hospitality, zei mijn moeder ‘daar had je eigenlijk best eerder achter kunnen komen, want vroeger liep je op feestjes ook altijd al met hapjes en drankjes rond’.”

Was je dan ook al aan het performen?
“Ja! Maar toen deed ik nog geen travestie – drag, sorry – maar ik had een paar vriendinnen op school, en dan zat ik ernaast als hun manager. Natuurlijk kende ik de teksten en danspasjes beter dan de meiden die stonden te playbacken.”

“Toen ik Café Kalff wilde openen verklaarden mensen me voor gek”

Je opende Café Kalff in 2011, toch een beetje rond de tijd dat juist veel homohoreca de deuren sloot. Waarom deed je het toch?
“Mensen verklaarden me ook wel een beetje voor gek, maar ik was vastberaden. Ik had door dat de functie van een gaybar veranderd was. Mensen gaan er niet meer heen om andere homo’s tegen te komen, die vinden ze online wel. Maar ze willen wél met hun vrienden ergens in een enigszins veilige omgeving hun biertje kunnen drinken, zonder lastiggevallen te worden. Gewoon een plek waar je je prettig voelt. ‘Verblijfskwaliteit’ noem ik het altijd. Ik heb alle ramen van het pand opengegooid, want we hoeven ons niet meer te verstoppen.
Ik heb ook veel naar mezelf gekeken: waar zou ik zélf naartoe willen als ik uitga? Als ik in het Zuiden uitging was het alleen maar carnaval, als ik naar Amsterdam ging was het alleen maar seks, even heel kort door de bocht. In Amsterdam was er wel al een kleine kentering, sommige plekken gingen zich daardoor juist méér op seks richten, maar er waren ook wat kroegen die begrepen dat het niet meer puur om het ‘ontmoeten’ ging. Zoals Prik, daar hebben ze goede cocktails, een goed assortiment en goede service. Dat wilde ik ook.”

Met Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht

In 2017 werd voor het eerst de Utrecht Canal Pride gehouden, omdat je het niet eens was met hoe het er in Amsterdam aan toe ging…
“Nou, ik miste gewoon heel veel aan de pride in Amsterdam. Ik wilde me eigenlijk bij de organisatie van de Amsterdamse pride naar binnen worstelen, omdat ik vond dat het anders en beter kon. Er is me te vaak gemeld ‘je moet je grote bek houden, het kan niet anders’. Dat geloofde ik gewoon niet!”

…maar was een pride eigenlijk iets dat je al voor ogen had toen je Kalff opende?
“Nee, absoluut niet. Ik had het nooit voor mogelijk gehouden. Twintig jaar geleden was een pride in Utrecht, met een parade door de binnenstad, écht niet mogelijk geweest. Tof dat het nu wel kan. Ik was in de begintijd van Café Kalff ook veel te druk om alles draaiende te houden. Inmiddels heb ik mijn werkzaamheden uit kunnen breiden met dingen die zich vooral buiten Café Kalff afspelen: de Eurovisiesteeg wordt steeds groter, er staan inmiddels 1.700 man in de steeg hierna, dat past eigenlijk niet meer. En natuurlijk de pride, en Grooveheart.”

Ja, vertel daar eens over?
“Ik wilde per se een feest met groove- en discomuziek. Dat is er nog niet echt voor onze doelgroep in Nederland. M’n grote voorbeeld is Glitterbox op Ibiza. Ik wil gewoon uit m’n dak kunnen gaan op goede muziek, zonder drugs, zonder seks. Het is een lastige, en het is moeilijk om m’n idee over te brengen, maar ik wil het tóch. In Zuid-Amerika zijn feesten met dat soort muziek superpopulair, Glitterbox is een enorm succesvol feest, zelfs de Pacha beweegt die kant op. Dus ik weet dat het kan!”

En je bent óók nog drag gaan doen.
“Ja, maar wel echt om de sfeer in m’n café naar een hoger niveau te tillen. Niet voor de lol. Het moet een functie hebben. Ik vind het niet leuk om mooi te gaan zitten zijn en een beetje ordinair te doen. Ik hoef ook niet heel mooi te zijn. Het gaat er mij om dat mensen entertained zijn. Dat is mijn drijfveer bij alles. Als mijn gasten met een grote smile de deur uit lopen, ben ik gelukkig. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik niet zoveel meer aan dragshows vind. Iedereen doet het, ze willen allemaal RuPaul & co zijn, maar het lukt meestal niet. Er zijn wel een paar uitzonderingen, maar dat zijn allemaal oudgedienden. Zoals Dusty. Zij is meer stand-up comedian, geëngageerd, cabaret, dan een typische dragqueen.”

Met draglegende Dusty

Dusty was jarenlang vaste prik bij de bingo in de Queen’s Head, maar was eigenlijk al gestopt met drag. Hoe heb je haar weer op de hakken gekregen?
“Ik ken haar al sinds de jaren 80, ze is mijn strijdbroeder, of -sister. Dat zal altijd zo blijven. Ik heb haar heel hoog zitten. Ik heb een bingo in Kalff geprogrammeerd, puur om Dusty binnen te halen. Ze was toen al een beetje herrezen, deed met twee andere meiden een bingo in De Engel van Amsterdam. Toen ik dat zag wist ik meteen: dit wil ik ook.”

Je bent ook erg outspoken over LHBTQ-activisme en zit in de LHBT-adviescommissie in Utrecht. Waar komt die betrokkenheid en uitgesprokenheid vandaan?
“Ik ben opgegroeid in een klein kutdorp waar ik gediscrimineerd en in elkaar geslagen werd. Van huis uit werd ik volledig geaccepteerd, maar erbuiten niet. Dat heeft me strijdbaar gemaakt. En het is een cliché, maar ik heb een groot rechtvaardigheidsgevoel. Ik begrijp oprecht niet waarom iemand een probleem met mij zou kunnen hebben, vanwege het enkele feit dat ik homo ben. Ik begrijp daar helemaal geen fuck van. Het feit dat het gelukt is om ook in Utrecht een pride te organiseren, is een katalysator geweest om de strijd nóg meer aan te gaan.

Hoe ziet je toekomst eruit?
“Ik ga niet nog 20 jaar Café Kalff doen. Ik heb het neergezet, het draait hartstikke goed, en ik heb echt het gevoel dat ik heb bewezen dat een homokroeg nog steeds kan werken. Dat wilde ik heel graag laten zien. Ik wil later het liefst een seizoensbaantje, zodat ik ook veel kan reizen. Ik ga natuurlijk wel op vakantie, maar het zijn altijd maar weekjes, vaak zelfs korter. Ik kán gewoon niet langer op vakantie, ik kan niet zo lang weg zijn van Kalff. Ik zou nog veel meer willen ontdekken, zonder vaste bestemming, kijken waar ik terechtkom, mensen ontmoeten… Maar voorlopig zit dat er niet in, ik heb het nog druk genoeg!”

Lees ook ons interview met bingokoningin Dusty Gersanowitz.

Robbert als alter ego Koosje Busters Foto: Michel Swart Photography
Advertentie
Advertentie
Delen op

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine #92

Deze keer: André van Duin, Dorian Bindels en 4 mannen over cosmetische ingrepen

Neem een abonnement

Geef cadeau