Vet lekkere muziek: vijf regelrechte voltreffers van Robyn

Van 'Who's That Girl' tot 'Dancing On My Own'

Leestijd: 8 minuten - door Jaap Bartelds op 11 augustus 2020

Robyn was vorige week ineens terug met nieuwe muziek. Geen eigen single helaas, ze is te gast op een vette dancetrack van SG Lewis. Maar beter iets dan niets, nietwaar? Daarom deze week in deze rubriek: vijf voltreffers uit Robyns eigen muzikale oeuvre.

Waarom deze rubriek? In de krochten van YouTube zijn de mooiste dingen te vinden. Videoclips, complete concertregistraties, live-optredens van weleer, al dan niet door de artiesten zelf online gezet. Iedere twee weken doen we een greep uit het overweldigende aanbod en bedenken we daar een thema bij, of zetten we een artiest in het zonnetje. (De kazige rubrieknaam is in een opwelling bedacht. Hopelijk is dat snel vergeven en vergeten.)

Dit is deel twee in een serie. Deel één vind je hier.

'Who’s That Girl'

Robyn draaide al een tijdje mee toen ze in 2005 een andere koers insloeg: van hitparadepop (zoals haar ‘Show Me Love’ uit 1997) ging ze een meer elektronische kant op. Nog steeds met supercatchy songs, zoals is te horen op haar vierde album dat ze simpelweg Robyn noemde. ‘With Every Heartbeat’ werd een wereldhit, maar is eigenlijk van Kleerup, dus die slaan we in dit overzicht even over. Andere toppers van Robyn zijn de eerste single ‘Be Mine’, ‘Handle Me’, ‘Konichiwa Bitches’ en ‘Cobrastyle’. Maar hier kiezen we voor het door The Knife geproduceerde ‘Who’s That Girl’, dat klinkt als een klok en staat als een huis.

'Dancing On My Own'

In 2010 bracht Robyn haar vijfde album Body Talk uit in twee episodes, waarna het complete album net voor de kerst ook als één pakket werd aangeboden, met net weer een andere tracklist. Snoop Dogg was te horen op ‘U Should Know Better’ (nadat Robyn zelf een bijdrage had geleverd aan een remix van zijn ‘Sensual Seduction’). Het onderliggende thema van Robyns muziek is vaak melancholisch blij zijn. Oftewel: sad songs in een vrolijk jasje. ‘Dancing On My Own’ is daar het ultieme voorbeeld van: lekker dansen, maar wel helemaal alleen.

'Indestructible'

Dit was na ‘Dancing On My Own’ en ‘Hang With Me’ de derde single van Body Talk (en tevens de eerste die niet op Body Talk pt. 1 of Body Talk Pt. 2 was te horen, volgen jullie het nog?) (De single versie althans, want op Body Talk Pt. 2 stond namelijk wél een akoestische versie. Nee, snappen we zelf ook niet meer). Ook dit is weer zo’n typisch Robyn-nummer: een melodie in mineur maar dan wel een tekst die gaat over een onverwoestbare liefde. Een omgekeerde sad song dus.

'Call Your Girlfriend'

We blijven nog heel even bij Body Talk, want dat is nu eenmaal het beste album dat Robyn tot nu toe heeft uitgebracht. Robyns video’s hebben gemeen dat ze a) kunstzinnig zijn) b) zich altijd prachtig uitdost en c) dat ze danst alsof haar leven er vanaf hangt en dan d) vaak ook nog een alleen. De video van ‘Call Your Girlfriend’ had zo bij ‘Dancing On My Own’ gepast, of eigenlijk zelfs beter. Maar dan had alles wel érg voor de hand gelegen en als Robyn iets niet is, dan is het wel voorspelbaar.

'Send To Robyn Immediately'

Na Body Talk werd het stil rond Robyn. Ze bracht in de jaren erna sporadisch een track of EP uit samen met andere artiesten of ze zong gastvocalen voor andere acts. Daar maakten we een tijd geleden al eens een zo compleet mogelijk overzicht van. Een eigen album kwam pas weer in 2019. De meeste recensies van Honey waren lovend, maar de hits bleven uit. Dat kwam voornamelijk omdat Robyn een stuk introspectiever klonk, en terugblikte op een moeilijke periode in haar leven. Het spannendst is ‘Send To Robyn Immediately’, dat wordt voortgestuwd door een sample van Lil Louis’ househit ‘French Kiss’.

Vorige keer: de disco-optredens van Tina Turner

Na haar scheiding van Ike Turner duurde het jaren voordat Tina Turner haar grote, glorieuze rentree maakte in de muziekwereld. Maar dat betekende niet dat ze in al die jaren heeft stilgezeten. Hier de leukste optredens van Tina Turner in haar stille jaren, tussen 1976 en 1982.

Tina Turner – ‘Fever’ en ‘Disco Inferno’ (1979)

Dit wordt geen chronologisch overzicht, we beginnen gewoon met een grote klapper. Zie hier hoe Tina Turner heerlijk losjes improviseert op het klassieke ‘Fever’, in een rode glitteroutfit met dito boa. Maar dan gaan alle kleren uit, op een lingeriesetje na en begint een spetterende performance van ‘Disco Inferno’.

Tina Turner – 'Shame, Shame, Shame’ (1982)

In 1975 scoorden Shirley & Company een hit met ‘Shame, Shame, Shame’, dat uitgroeide tot een discoklassieker. Tina Turner voerde het tempo nog wat op en ging helemaal los in onze eigen Willem Ruis Show.

Tina Turner & Cher – ‘Shame, Shame, Shame’ (1975)

Midden jaren zeventig had Cher haar eigen tv-show. Eerst met haar man Sonny, later solo. Er is aardig wat van bewaard gebleven, waaronder de aflevering met Tina Turner uit 1975. De twee zijn duidelijk aan elkaar gewaagd, als ze in hun bijna identieke jurken een billentikdansje doen.

Cher, Tina Turner & Kate Smith – ‘Beatles Medley’ (1975)

Jaren voordat Tina een balladversie opnam van de Beatles-hit ‘Help’ (in de stijl van Joe Cocker), zong ze er al een fragment van in de eerder genoemde Cher Show. Hier zingen Cher en Tina samen met musicalzangeres Kate Smith, die er lekker op los galmt.

Tina Turner - ‘Everyone’s A Winner’ (1979)

Zoals altijd trekt Tina Turner een lied van een ander helemaal naar zich toe. Dit is een cover van Hot Chocolate. Het origineel is een aardige discotrack die uit de strot van Tina helemaal tot leven komt.

Tina Turner – ‘Rubberband Man’ (1977)

Na haar scheiding van Ike bracht Tina een aantal albums uit, maar die deden weinig. Optreden bleef ze wel altijd doen, in tv-shows maar ook op feestjes in hotels. Daar zong ze discosongs als deze, een cover van de Detroit Spinners uit 1976. Pas in 1983 volgde Tina’s definitieve comeback met de single ‘Let’s Stay Together’ en het album uit 1984, ‘Private Dancer’.

Tina Turner – ‘Watch Closely Now’ (1977)

Even een rustpauze. Althans, hier begint Tina rustig, om als altijd te ontaarden in een woeste finale.

Cher & Tina Turner – ‘Making Music Is My Business Medley’ (1977)

Daar hebben we Cher weer. ‘Shake your music maker’, zingt ze samen met Tina, ondertussen haar heupen heen en weer bewegend. Eigenlijk had Tina ook haar eigen tv-show moeten hebben.

Tom Jones & Tina Turner - ‘Hot Legs’ (1977)

In ’77 scoorde Rod Stewart een grote hit met dit heerlijke over the top-lied ‘Hot Legs’. Later zou Tina het ook live zingen met Rod, maar hier kiezen we voor de versie met Tom ‘borsthaar’ Jones. Het lied is Tina natuurlijk op het lijf geschreven. Later zong ze nog een ander duet met Rod Stewart, namelijk ‘It Takes Two’.

Tina Turner & Dionne Warwick – ‘Proud Mary’ (1981)

Tot slot ‘Proud Mary’. Want Tina zong natuurlijk niet alleen maar covers en discohits, ook haar eigen repertoire hield ze in ere. Dit was de grootste hit die ze scoorde met Ike Turner. Hier met een verrassingsoptreden van souldiva Dionne Warwick.

Die keer daarvoor: de perfect gepolijste popsongs van The Carpenters

Broer en zus Carpenter bouwden met hulp van songkunstenaar Burt Bacharach aan een oeuvre dat op het eerste gehoor bestond uit lichtvoetige, melodieuze middle of the road popliedjes. Maar luister eens aandachtig naar ‘Close To You’ of ‘Goodbye To Love’: dit zijn pure meesterwerken. Hier een greep van zeven songs uit dat omvangrijke oeuvre.

‘Ticket To Ride’

De carrière van broer Richard en zus Karen Carpenter ging in 1969 van start met een cover van The Beatles. In de versie van het duo was het een slepende ballade geworden in een stijl die vanaf dat moment kenmerkend was voor The Carpenters: het op het eerste gehoor als easy listening klinkende openhaardgeluid, dat bij nadere beluistering ragfijn is opgebouwd uit gelaagde instrumenten. Met daaroverheen de stem van Karen, die als een warm bad aanvoelt waarin je het liefst zou willen verdrinken.

‘(They Long To Be) Close To You’

Het suikerzoete ‘Close To You’ is vaak geparodieerd, maar waarom eigenlijk? Het is een ijzersterk liedje met, oké, ietwat kazige referenties: “On the day that you were born the angels got together, and decided to create a dream come true.” Maar Karen zong het zonder enige ironie en geloofde echt in deze liefdesfantasie. En dat is alleen maar mooi en authentiek. Let ook op het langzaam aanzwellende achtergrondkoor in deze fijnbesnaarde live-uitvoering.

‘Rainy Days and Mondays’

In al hun suikerzoetigheid waren The Carpenters lang niet altijd hun eigen stralende middelpunt. Luister maar eens naar het ronduit melancholische ‘Rainy Days and Mondays’: “What I’ve got they used to call the blues.” Wat niet veel mensen weten is dat Karen Carpenter een zeer begenadigd drumster was. In de live-uitvoering van dit briljante lied begeleidt ze haar eigen zang heel subtiel op een drumstel. Wil je meer? Zoek dan op YouTube naar 'Karen Carpenter Drum Solo'.

‘Superstar’

Probeer maar eens: op het refrein van ‘Superstar’ is het heerlijk headbangen. Het lied begint wederom heel verfijnd met liefdroevige strijkers en dan gaat Karen los. Het duurt maar kort, maar telkens als dat refrein weer voorbijkomt gaat je hoofd nu automatisch heen en weer. ‘Superstar’ is wederom een lied over eenzaamheid, iets waar The Carpenters inmiddels een patent op hadden.

‘Goodbye To Love’

Dit wordt ook wel gezien als een van de eerste echte powerballads. Het venijn van ‘Goodbye To Love’ zit ‘m in z’n staart, dan barst Tony Peluso los met z’n elektrische gitaar. Let ook even op het enorme uithoudingsvermogen van Karen Carpenter: wanneer ademt die vrouw eigenlijk??!?!

‘Top Of The World’

Op ‘Top Of The World’ gingen The Carpenters helemaal kuntrie. Of nou ja: country light. Het was een vrolijk uptempo popdeuntje, waarvan ze er meer in petto hadden. Denk maar eens aan ‘Jambalaya’, ‘Sing a Song’ of ‘Please Mr. Postman’. The Carpenters waren hier inderdaad op de toppen van hun kunnen.

Bonus: ‘Calling Occupants of Interplanetary Craft’

De een noemt dit lied potsierlijk en over the top, de ander een meesterwerk. The Carpenters coverden dit nummer van Klaatu met een 160-koppig orkest en het werd hun magnum opus. Het haalde met zijn volle 7 minuten de nummer één-positie in Ierland en de top tien in het VK. Wat moeilijk is voor te stellen als je de eerste seconden hoort: ruimtewezens bellen in bij een radio-DJ, met de boodschap: “We are observing your earth, and we like to make contact with you!” Doodeng, maar dat deert Karen totaal niet: die vraagt de luisteraar zijn ogen te sluiten en met haar mee te gaan op een  reis door de galaxy. Als The Carpenters Queen waren geweest, was dit hun ‘Bohemian Rhapsody’. Zoals zij ‘we are your friends' zingt… Je zou toch heel graag willen dat marsmannetjes bestonden.

De keer daarvoor: de wonderlijke wereld van Grace Jones

Eind jaren zeventig begon Grace Jones met disco, maar ze brak door met een Frans chanson en daarna vond ze zichzelf opnieuw uit als avantgarde (video-)kunstenares. Hier zes prachtige voorbeelden van de wonderlijke wereld van Grace Jones.

Grace Jones – ‘La Vie En Rose’

Tot voor kort waren de eerste drie albums van Grace Jones ultieme collector’s items: Portfolio, Fame en Muse werden lange tijd niet op cd uitgebracht. Inmiddels staat het meeste gewoon online, maar de muziek uit Jones’ discotijd was op de singles na obscuur. In 1977 bracht ze het van Edith Piaf bekend geworden ‘La Vie En Rose’ uit, een rustig meanderend bossanovanummer waarop haar stem steeds krachtiger klinkt. De albumversie (het lied staat op haar debuutplaat Portfolio) duurt zeveneneenhalve minuut en is een klassieker. Hier een zeldzaam tv-optreden.

Grace Jones – ‘Love Is The Drug’

In 1980 sloeg Jones een nieuwe weg in en koos ze voor een reggae- en new wave sound. Met name reggaeproducers Sly & Robbie drukten hun stempel op het geluid van Warm Leatherette, het album dat in mei van dat jaar uitkwam. Voor het eerst verschijnt Jones in beeld met haar kenmerkende blockhead-kapsel, en de muziek was op sommige momenten net zo hoekig. Luister maar eens naar de titelsong, dat oorspronkelijk van de industriële synthpunkband The Normal was. Er stonden meer covers op het album, van The Pretenders, Roxy Music, Smokey Robinson en Tom Petty. In de video van ‘Love Is The Drug’ voor het eerst in een androgyn zwart pak met brede schoudervullingen.

Grace Jones – ‘I’ve Seen That Face Before’

Het uiterlijke imago van Grace Jones kreeg definitief vorm toen ze Jean-Paul Goude ontmoette. Deze grafisch ontwerper gaf haar video’s een edgy feel, waarbij de zangeres als kunstzinnig en mysterieus middelpunt fungeerde. ‘I’ve Seen That Face Before’ is in toon een vervolg op ‘La Vie En Rose’: ook hier duikt die kabbelende bossanovabeat weer op. Maar nu zingt Jones koel en met afstand, zichzelf begeleidend door een melancholische accordeon. Andere klassiekers uit deze tijd (1981): ‘Pull Up To The Bumper’ (dat zou gaan over anale seks) en ‘Walking In The Rain’.

Grace Jones – ‘Slave To The Rythm’

Het ultieme Grace Jones-nummer waar alles bij elkaar komt is dit: “And now… Ladies and gentleman… Here’s… Grace!” Een van de bekendste scènes is die waarin Grace’ hoofd in laagjes uit elkaar schuift en dat er dan een auto haar mond uitrijdt, wat eigenlijk een Citroën-commercial was die ze opnam in die tijd, zo rond 1985. Dit was Grace op de toppen van haar kunnen, die haar hele Slave To The Rythm-album als het ware wijdde aan dit lied. De video is tevens het meesterwerk van Jean-Paul Goude. Deze bevat nieuwe beelden, maar ook terugblikken. Op die commercial dus, maar ook op haar video’s voor ‘My Jamaican Guy’ en ‘Living My Life’, wat weer een registratie was uit haar One Man Show.

Grace Jones – ‘I’m Not Perfect’

In 1986 ging Jones voor een tribal look. In een video met cameo’s van Andy Warhol en Keith Haring zet ze verschillende schoonheididealen in perspectief. Haring bouwde bovendien een jurk voor haar in zijn typerende graffiti-stijl, en die doet denken aan de creaties die ze eerder droeg in ‘Living My Life’: larger than life dus. Het was tegelijkertijd origineel en een herhaling van zetten. Na 1986 werd het langzamerhand steeds stiller rond Grace Jones. Ze bracht sporadisch nieuwe muziek uit, maar zo sterk als de periode 1980 -1986 zou het nooit meer worden.

Grace Jones – ‘Corporate Cannibal’

Uit het niets was daar na dik tien jaar stilte ineens weer nieuw werk van Grace Jones. Op het album Hurricane uit 2008 was gospel te horen in de vorm van ‘William’s Blood’, reggae via ‘Well, Well, Well’ en retro-Grace op ‘Love You To Life’. Met ‘Corporate Cannibal’ kwam ze echter met iets totaal nieuws: industriële triphop, alsof ze Massive Attack en Nine Inch Nails had ingeslikt en weer had uitgespuugd (of uitgekakt, wat je wil). In de video maakt ze wederom gebruik van de nieuwste digitale technieken, met als resultaat een zeer duister werk. Het was helaas tot dusver het laatste album van Jones, en als ze weer eens optreedt is dit steevast een van de hoogtepunten, met een windturbine die haar podiumbrede gewaad over de eerste rijen van haar publiek blaast.

Volg je ons al op Instagram?

Advertentie
Advertentie
Delen op

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine 103

Deze keer: een speciale Pride-editie

Neem een abonnement

Geef cadeau