Interview

“We moeten heel erg waakzaam blijven”

COC Nederland neemt afscheid van Tanja Ineke

Leestijd: 10 minuten - door Martijn Tulp op 02 december 2018

Op 24 november jl. eindigde Tanja Inekes laatste termijn als voorzitter van COC Nederland. Tanja, een van de langst zittende voorzitters, wordt opgevolgd door Astrid Oosenbrug. Met Tanja blikken we terug op de afgelopen zes jaar.

Toen je twee jaar geleden aan je derde termijn als voorzitter van COC Nederland begon, waardeerde je de onze emancipatie met een 7,5. Wat voor cijfer geef je het nu?
“Ik vind dat heel moeilijk. Laten we een 8- zeggen, [lacht] De oppervlakkige acceptatie van LHBTI’s neemt heel langzaam toe. Er waren zes jaar geleden 76 landen waar homoseksualiteit in enige vorm strafbaar was, nu nog 71. Tegelijkertijd zijn er in Nederland nog steeds veel excessen en problemen als we net één tandje dieper kijken. Dan blijven we toch erop hangen dat een derde van de Nederlanders twee kussende mannen niet oké vindt. Dat zijn mensen die de Suit Supply-posters bekladden, en die over elkaar heen vallen op Twitter wanneer de NS een prachtige campagne met twee vrouwen lanceert. Toch denk ik dat, als je de balans opmaakt, we babystapjes vooruit zetten. En ik hou ook wel een beetje van een roze bril.”

Welke positieve dingen zie je?
“Wat mij opvalt is de veerkracht en weerbaarheid van de gemeenschap. Zoals we onlangs in Den Haag, op een heel koude dinsdagmiddag, toch weer met 100 man stonden te protesteren tegen anti-LHBTI geweld en het gebrek aan actie van Justitie daartegen. Dat vond ik echt gaaf.”

Vind je niet dat de strijdbaarheid van de jongere generatie terugloopt?
“Nee! COC Nederland heeft – op de padvinderij na – de grootste jongerencommunity van Nederland. Er zijn juist weer heel veel jongeren die zich aan ons willen verbinden, via onze GSA’s, Jong&Out en andere activiteiten waarin jongeren het voor elkaar opnemen en het klimaat op school verbeteren. De GSA’s staan inmiddels niet meer voor ‘Gay/Straight Alliance’, maar voor ‘Gender & Sexuality Alliance’. Dan zie je een jongen, althans, iemand die als jongen is geboren, die af en toe als meisje naar school gaat, en vindt dat dat gewoon moet kunnen. Daar word ik heel blij van. In míjn tijd had je daar echt niet mee aan moeten komen. Verder denk ik dat het belangrijk is om te blijven vertellen waar we als gemeenschap vandaan komen, en ook na te denken over de beste manier om dat te vertellen. Ik gaf laatst een lezing bij Dito!, een jongerenorganisatie in Nijmegen, waar ik vertelde over de geschiedenis, dat homoseksualiteit in begin jaren 70 in Nederland in bepaalde gevallen nog strafbaar was, en zij zaten me echt met open mond aan te kijken. We moeten dat verhaal vaker en misschien op een andere manier gaan vertellen.”

“‘Homo’ is nog steeds het meest gebruikte scheldwoord op scholen.”

Dat is zeker nog nodig: zo is er binnen de ChristenUnie – een partij met vijf zetels in de Tweede Kamer – momenteel gesteggel over het al dan niet opnemen van het ‘homohuwelijk’ in de partijbeginsels. Ben je niet bang dat ‘onze’ verworven rechten in de toekomst worden ingezet als onderhandelpunt, bijvoorbeeld bij het vormen van coalities?
“Sterker nog: ik denk dat dat al is gebeurd! Een cabaretier grapte in z’n oudejaarsconference dat de ChristenUnie eerst bij het COC langs moest voordat ze überhaupt aan de coalitietafel mochten plaatsnemen, maar zo was het natuurlijk wél! Dat was een memorabel moment: op een zaterdagochtend wilden ze per se met ons spreken voordat ze de coalitie-onderhandelingen in gingen. Ik weet zeker dat onderwerpen als de wet meerouderschap een heet hangijzer zijn in deze coalitie. Er kan een tijd komen dat we worden gedwongen een stapje achteruit te zetten, en daar moet je heel erg waakzaam op blijven. Juist om onze rechten voor de verre toekomst stevig te verankeren vind ik het ook zo belangrijk dat er ook een expliciet verbod op LHBTI-discriminatie in de Grondwet komt.”

In hun LHBT-monitor 2018 stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat het geweld jegens homoseksuelen en lesbiennes afneemt. Toch zien we steeds meer gevallen in de media. Waar denk je dat dat door komt?
“Ik wil niets afdoen aan het rapport van het SCP, zij zijn echt een gerenommeerd instituut. Tegelijkertijd zijn er heel veel andere cijfers die wat mij betreft voor een ‘komma’ zorgen na de resultaten van het SCP. Elke dag doen drie LHBTI’s aangifte van discriminatie. Transgenders hebben zeven keer zoveel last van discriminatie, schelden, geweld en pesten dan niet-transgender personen. ‘Homo’ is nog steeds het meest gebruikte scheldwoord op scholen. 60 procent van de LHBTI’s past hun gedrag aan in de openbare ruimte. Dat vind ik nu écht een schokkend cijfer. Misschien wordt het extreme geweld iets minder, maar als onze gedragsaanpassing daar de reden van is, geeft dat wel iets te denken. Dan mag je wel homo zíjn, want dat vindt driekwart van de Nederlandse bevolking wel oké, maar je mag het dus niet uiten. Want dan wordt er op los gemept, posters bekrast, noem maar op. Er is dus nog veel te doen.”

Foto: Ibrahim Farah

In oktober werd voor het eerst de aanduiding V in een Nederlands paspoort vervangen door een X.
“In één geval, ja.”

Hoe zie je dat in de toekomst ontwikkelen, en pleiten jullie alleen ervoor om geslachtsregistratie af te schaffen op officiële documenten, of juist zo veel mogelijk? Ik kan me voorstellen dat het bij het online bestellen van een nieuwe stofzuiger totaal niet nodig is om daar een geslacht bij op te moeten geven.
“Wij vinden dat geslachtsregistratie zoveel mogelijk moet worden afgeschaft – overal. We hebben dat ook wel tegen een paar grote bedrijven geroepen. Je ziet ook dat daar langzaam verandering in komt. Dat je vaker genderinclusieve toiletten tegenkomt, en dat het vaker onderwerp van gesprek is. Suit Supply die twee homo’s in z’n reclame gebruikt, de treinstations waar ‘beste reizigers’ wordt omgeroepen, Ikea die twee vrouwen in de folder zet, twee mannen die lepeltje-lepeltje liggen op een matras van de Hema, dat soort dingen zijn supergaaf. Als ik terugkijk naar zes jaar geleden, is er echt iets veranderd. De maatschappij wordt er sensitiever in. Er zijn mensen die geslachtsregistratie écht niet prettig vinden, die er last van hebben, en het is in veel gevallen ook niet meer nodig. De methode is om overal zaadjes te planten, kijken wat er gaat bloeien en die resultaten in het zonnetje zetten, hopelijk volgt de rest dan.”

Een zorgelijk punt is de rechterlijke macht: in de Dordtse mishandelingszaak, waarbij dertien daders via Grindr enkele homoseksuele mannen in de val lokten en hen mishandelden, oordeelde de rechter dat woorden als ‘flikker’ en ‘kankerhomo’ illustratief zijn voor het ‘dagelijks taalgebruik’. Ook bij de zaak van twee mannen die in Arnhem werden mishandeld en uitgescholden voor ‘homo’ en ‘flikker’ zou discriminatie geen rol spelen, en vorig jaar gaf een Amsterdamse rechter een soortgelijk oordeel toen het slachtoffer was uitgescholden voor ‘dirty faggot’. Is dat iets waar je je zorgen om maakt?
“Absoluut. Daarom stonden we onlangs ook op het Plein in Den Haag te protesteren. We zijn al heel erg lang met politie en het OM in gesprek – overigens niet met de rechterlijke macht, maar wel met het Ministerie van J&V. Dit is echt een groot probleem, dus we pleiten al meer dan een jaar voor een actieplan waarmee de hele aanpak van LHBTI-discriminatie op de schop gaat. Met hogere straffen in het wetboek, politie die áltijd werk maakt van discriminatie, het niet wegwuift en góed door-rechercheert zodat de juiste elementen belanden in aangiften waar het OM mee verder kan. Het OM moet op hun beurt áltijd hogere straffen eisen als er sprake is van discriminatie of geweld met een aspect van discriminatie. Maar dan moet er vervolgens natuurlijk niet een rechter komen die zegt dat schelden met ‘kankerflikker’ dagelijks taalgebruik is. Dan boeren we wel heel erg achteruit. Wat voor norm stel je dan?”

“Ik vond het mooi om de solidariteit binnen onze gemeenschap te zien”

Wat heeft je in je zes jaar bij het COC het meeste aangegrepen?
“Het eerste echt heel grote evenement dat ik meemaakte, was de demonstratie tegen Poetin, waarbij duizenden mensen op de been waren. Wat daar in Rusland gebeurde, was echt afschuwelijk. Ik vond het mooi om de solidariteit binnen onze gemeenschap te zien. Onze gemeenschap is ontzettend divers, dat zie je ook op ons jaarlijkse fundraisingevenement True Colors: daar komen politieagenten, voetballers, wandelpotten, het is een bont gezelschap. Maar tijdens het protest tegen Poetin waren we heel erg verenigd.”

Eind 2016 bracht koning Willem-Alexander een bezoek aan het COC. Leuk detail is dat hij aangaf dat prinses Amalia, toch onze toekomstige vorstin, hem al had verteld over het bestaan van Paarse Vrijdag, een initiatief dat aandacht vraagt voor seksuele en genderdiversiteit op school. Dat bezoek, maar zeker ook dat stukje toekomstperspectief, moet ook een enorme mijlpaal zijn geweest.
“Het was echt een waanzinnige erkenning dat na 70 jaar het koninklijk huis zich tot ons wilde verhouden. Dat was wel echt heel bijzonder. Als ik het goed heb, was het ook het eerste gekroonde staatshoofd ter wereld dat bij een LHBTI-organisatie op bezoek kwam. Nog los van wat het met mij persoonlijk deed, zie je dat zo’n bezoek echt verschil maakt. Er was een jongen die na afloop zei dat hij het zo tof vond dat hij nu op school kon melden dat de koning het echt oké vindt dat er een GSA is, en dat Paarse Vrijdag wordt gehouden. ‘Als ik nu nog gepest word, sta ik veel sterker’, zei hij. Het was echt wereldnieuws; we hebben tot in Kameroen de kranten gehaald. Een van de aanwezigen was daar met zijn partner die afkomstig is uit een land waar homoseksualiteit heel moeilijk ligt, en die partner kon aan zijn afkeurende ouders laten zien dat ze op de foto staan met de koning. Dat dóet iets. Het mooie van werken bij het COC is dat je dingen doet die echt verschil maken in het leven van mensen. Ik heb dat ook gezien bij de transgenderwet: dat iemand met z’n oude paspoort naar het loket ging en een nieuw paspoort kreeg met daarin z’n nieuwe naam en nieuw geslacht, zonder ingewikkelde rechtszaken en chirurgische ingrepen, en hoe gewéldig dat voor die persoon was.”

Foto: Geert van Tol

Wat zijn nu nog de hete hangijzers? Wanneer homo’s bloed mogen doneren, bijvoorbeeld?
“Er zijn een paar van die dossiers waarvan ik het idee heb dat we geen millimeter opschieten, terwijl dat niet helemaal waar is, want vaak zijn we wel íets opgeschoten. Maar dat je dan toch met oneigenlijke argumenten weer het bos in wordt gestuurd. Daar kan ik héél slecht tegen. Het bloeddonatie-dossier is er eentje waar ik me heel erg over heb opgewonden. Ik vind het heel onrechtvaardig. Het heeft geleid tot een van mijn meest merkwaardige uitspraken voor de camera: ik zei ‘je gunt iedereen toch dat hij vaker dan één keer per jaar seks heeft?’. Dat was precies zoals ik het voelde. Ik dacht: nu zijn we quasi-opgeschoten, maar wie heeft er nu een jaar geen seks? Kom op! Ik word weer boos als ik het erover heb. Dus daar mag de nieuwe voorzitter haar tanden in gaan zetten.”

Sinds je aantreden in 2012 zijn er nogal wat vluchtelingen uit landen als Syrië en Iran naar Nederland gekomen. COC Nederland is niet de partij waar individuele vluchtelingen zich kunnen melden voor hulp, bijvoorbeeld als ze zich willen voorbereiden op gesprekken met de IND. Hoe komt dat?
“Ik denk dat de drie partijen die zich met dit onderwerp bezighouden, Vluchtelingenwerk, LGBT Asylum Support en wij, elkaar versterken. Vluchtelingenwerk is er voor de juridische bijstand. Wij houden ons bezig met verbetering van het asielbeleid. Zo hebben we bijvoorbeeld bereikt dat LHBTI’s niet meer terug de kast in worden gestuurd in het land waar ze vandaan komen en dat LHBTI’s uit Irak, Iran en Tsjetsjenië in principe altijd asiel in Nederland krijgen. En we doen maatjesprojecten, die heel erg passen bij onze manier van werken: inside out. Wel met onze voeten in de modder, maar op een andere manier. LGBT Asylum Support zit daar een beetje tussenin, heb ik het idee. Ik denk dat zij meer bezig zijn met de individuele belangenbehartiging. We hebben allemaal hetzelfde doel, maar de verschillen zitten in de manier waarop we dat doel willen bereiken. Ik vind dat we elkaar daarin aanvullen. Ik denk dat Sandro [Kortekaas, van LGBT Asylum Support - red.] in een gat springt dat voor een aantal mensen heel nuttig is. En het is hartstikke goed dat hij dat doet. Wij doen dat inderdaad niet; we praten met de IND, de COA, het ministerie, en we hebben ons behoorlijk politiek ingespannen toen het bij de AZC’s uit de klauwen liep. Ik denk dat daar ónze kracht zit.”

Hebben jullie nooit overwogen om iemand als Sandro in te lijven? Om hem in te zetten als beleidsmedewerker, zodat hij alles wat hij doet om individuele vluchtelingen te helpen, vanuit het COC kan doen, met bijbehorende logistieke ondersteuning?
“Er zijn heel veel initiatieven en platforms, en die moeten we niet allemaal willen inlijven. Ik denk dat iedereen moet doen waar hij goed in is, en waar hij energie van krijgt. Het is mijn inschatting dat het Sandro ontzettend veel energie – en misschien ook wel geld – kost, dus ik denk dat het voor hem belangrijk is dat hij zijn werkzaamheden op zijn eigen manier kan doen. Ik vind dat iedereen vooral zoveel mogelijk moet samenwerken, kijk waar je elkaar kunt aanvullen, en probeer elkaar niet te overlappen. En ga al helemáál niet in het openbaar elkaar bekritiseren of afvallen. Want dat is echt het paard achter de wagen spannen, toch?”

“De wil om je ergens voor in te zetten is bij het COC zó groot”

Op 24 november werd bekendgemaakt dat Astrid Oosenbrug je op zal volgen. Wat moet ze in zich hebben?
“Iedereen moet dat op zijn of haar eigen manier doen en ik heb het volste vertrouwen in Astrid. Ik denk dat het belangrijk is dat je veel energie hebt, een bevlogenheid om de doelen en waarden van de organisatie de omarmen. Maar dat gaat vanzelf, ze wordt vanzelf verliefd op de organisatie, dat kán niet anders. Ik vind het belangrijk om verbindend te zijn. Juist omdat we zo’n brede, diverse gemeenschap zijn, vind ik het belangrijk dat je je tot iedereen kunt en wilt verhouden. We zijn het sterkst als we onze krachten bundelen, en ik denk dat we dat de komende jaren heel hard nodig gaan hebben. Want ‘de tegenpartij’, om het zo maar even te noemen, organiseert zich ook, en probeert aan kracht te winnen. Ik zag dit jaar op Roze Zaterdag in Gouda voor het eerst dat de organisatie Gezin In Gevaar stond te flyeren, dat ‘wij’ een gevaar zouden zijn voor het gezin. Ik zie allemaal kleine tekenen aan de want, ook de polarisatie in het buitenland, met premier Orbán in Hongarije, Trump in Amerika en Poetin in Rusland. Er zijn helaas genoeg voorbeelden van sterke leiders die proberen over ónze rug hun macht te versterken, door het wegvagen van het maatschappelijke middenveld. Dat vind ik een heel zorgelijke ontwikkeling. Daarom vind ik het van belang dat wij ons met elkaar blijven verbinden. En dat je het dan af en toe niet met elkaar eens bent moet kunnen, maar samen sta je sterk.”

En wat ga je zelf doen?
“Nou, even helemaal niks. Ik heb zes jaar lang heel veel tijd, energie en liefde in deze vrijwilligersbaan gestopt. Ik ga gewoon verder met mijn ‘echte’, betaalde werk. En geen idee wat ik verder ga doen. Ik heb gewoon een heel mooi leven, dit valt daar nu uit weg. Wat ik het meest ga missen is de verbondenheid aan die enorme gedrevenheid. De wil om je ergens voor in te zetten is bij het COC zó groot, en dat geeft heel veel energie. Dus dat zal ik elders moeten gaan zoeken. Mezelf kennende komt er wel weer iets op mijn pad.”

Hoofdfoto: Ibrahim Farah

Advertentie
Advertentie
Delen op

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine #92

Deze keer: André van Duin, Dorian Bindels en 4 mannen over cosmetische ingrepen

Neem een abonnement

Geef cadeau